Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 25.
Het recht op een algemene voorziening.
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning