Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9

Omzettingsvergunning

Onderdeel van Beleidsregels Woonruimteverdeling gemeente Amersfoort

Toetsingscriteria voor het omzetten van een pand in een kamerverhuurpand Het pand waarvoor vergunning wordt gevraagd heeft een woonbestemming op grond van het bestemmingsplan. Gezondheid, comfort en hygiëne Om een minimale kwaliteit te waarborgen voor de bewoners en overlast te voorkomen voor omwonenden worden de volgende voorwaarden gesteld aan het pand en de ruimtes daarin en het gebruik ervan: Het totale gebruiksvloeroppervlak van de woning (meetniveau Bouwbesluit) waarvoor vergunning wordt aangevraagd (exclusief bergruimte) gedeeld door het aantal kamerverhuureenheden bestemd voor 1 persoon is minimaal 25 m²; De in een kamerverhuur- of kamerverkooppand gelegen kamers moeten, willen ze geschikt zijn voor gebruik door één persoon, een vloeroppervlakte hebben van ten minste 11 m2 met een minimale hoogte van 2,1 m en een minimale breedte van 1,8 m óf een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m2 met een minimale hoogte van 2,1 m en een minimale breedte van 1,8 m als er een gezamenlijke ruimte aanwezig is; het aanrecht en het kooktoestel worden opgesteld hetzij in een afzonderlijke keuken, hetzij in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemd vertrek. In een kamerverhuurpand moet voor elke 5 bewoners ten minste één afsluitbare toiletruimte aanwezig zijn; In een kamerverhuurpand moet voor elke 8 bewoners ten minste één afsluitbare badruimte aanwezig zijn; Tot een kamerverhuurpand moet ten minste één, van buiten het kamerverhuurpand toegankelijke, afsluitbare bergruimte behoren, met een vloeroppervlakte van ten minste 3,5 m2, waarvan de breedte ten minste 1,5 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is. De vloeroppervlakte van ten minste 3,5 m2 te rekenen tot en met 4 personen. Voor elke extra bewoner moet de vloeroppervlakte van 3,5 m2 met ten minste 1 m2 worden vergroot. Parkeren Kamerverhuur tot en met drie kamers is mogelijk zonder consequenties voor parkeren; er wordt dan geen aanvullende parkeereis gesteld. Kamerverhuur vanaf vier kamers is alleen mogelijk via een gemeentelijke parkeertoets (op kosten van de aanvrager). De gemeente zal bepalen of het parkeren door de kamerverhuur opgevangen kan worden op privaat terrein of in de openbare ruimte. De aanvullende parkeernorm per extra bewoner is 0,6 parkeerplaats bovenop de voor de woning geldende norm. Dit is conform de normen van het CROW. In de openbare ruimte mag de parkeerdruk door de kamerverhuur ’s avonds en ’s nachts niet boven de 90% komen. Hiervoor wordt doorgaans een parkeeronderzoek uitgevoerd (op kosten van de aanvrager). In de parkeervergunningzones is deze eis op woningen die verder dan 150 m loopafstand zijn gelegen van de vergunningzonegrens niet van toepassing, omdat er per zelfstandig adres in de A-zone (binnenstad) slechts één parkeervergunning aangevraagd kan worden en er dus geen kans op extra parkeerdruk bestaat. In de overige zones zijn wel meer vergunningen per adres mogelijk, maar pas nadat alle eerste vergunningen zijn uitgegeven en als er dan nog ruimte is voor tweede vergunningen. Brandveiligheid In het kamerverhuurpand moeten in elke verblijfsruimte brandmelders worden aangebracht conform NEN 2555. Met het oog op brandbestrijding dient een brandslanghaspel te worden geplaatst, op een zodanige plaats dat alle verblijfsruimten bereikt kunnen worden. Gelijkwaardig is een draagbaar werkend brandblustoestel op iedere woonlaag. Voorwaarden die (naast de voorwaarden zoals aangegeven in artikel 3.1.3. lid 2 van de huisvestingsverordening) worden opgenomen in de omzettingsvergunning: Het normale onderhoud van een kamerverhuurpand dient zodanig te geschieden dat het zich in een zindelijke staat bevindt; Het afval dient op zodanige wijze te worden bewaard dat schadelijk en hinderlijk gedierte niet wordt aangetrokken. Alle plafonds en wanden mogen alleen materialen bevatten die in brandklasse 1 en 2 vallen. De bewoners dienen op betreffend adres ingeschreven te staan in de Gemeentelijke Basisadministratie Intrekking van de omzettingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen de omzettingsvergunning intrekken: indien blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave hebben verleend; indien blijkt dat de houder niet heeft voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 9 lid 1 t/m 5 van deze beleidsregels. indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; indien het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal bewoners afwijkt van het in de aanvraag en vergunning vermelde aantal. de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de omzettingsvergunning is verleend beëindigt. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen daarvan in kennis is gesteld en in de gelegenheid is gesteld zijn of haar zienswijze tegen het voorgenomen besluit kenbaar te maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel