Toetsingscriteria voor het omzetten van een pand in een
kamerverhuurpand
Het pand waarvoor vergunning wordt gevraagd heeft een
woonbestemming op grond van het bestemmingsplan.
Gezondheid, comfort en hygiëne
Om een minimale kwaliteit te waarborgen voor de bewoners en overlast te
voorkomen voor omwonenden worden de volgende voorwaarden gesteld aan het
pand en de ruimtes daarin en het gebruik ervan:
Het totale gebruiksvloeroppervlak van de woning (meetniveau
Bouwbesluit) waarvoor vergunning wordt aangevraagd (exclusief
bergruimte) gedeeld door het aantal kamerverhuureenheden bestemd
voor 1 persoon is minimaal 25 m²;
De in een kamerverhuur- of kamerverkooppand gelegen kamers
moeten, willen ze geschikt zijn voor gebruik door één persoon,
een vloeroppervlakte hebben van ten minste 11 m2 met een
minimale hoogte van 2,1 m en een minimale breedte van 1,8 m óf
een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m2 met een minimale
hoogte van 2,1 m en een minimale breedte van 1,8 m als er een
gezamenlijke ruimte aanwezig is;
het aanrecht en het kooktoestel worden opgesteld hetzij in een
afzonderlijke keuken, hetzij in een voor gemeenschappelijk
gebruik bestemd vertrek.
In een kamerverhuurpand moet voor elke 5 bewoners ten minste één
afsluitbare toiletruimte aanwezig zijn;
In een kamerverhuurpand moet voor elke 8 bewoners ten minste één
afsluitbare badruimte aanwezig zijn;
Tot een kamerverhuurpand moet ten minste één, van buiten het
kamerverhuurpand toegankelijke, afsluitbare bergruimte behoren,
met een vloeroppervlakte van ten minste 3,5 m2, waarvan de
breedte ten minste 1,5 m en de hoogte boven die oppervlakte ten
minste 2,1 m is. De vloeroppervlakte van ten minste 3,5 m2 te
rekenen tot en met 4 personen. Voor elke extra bewoner moet de
vloeroppervlakte van 3,5 m2 met ten minste 1 m2 worden vergroot.
Parkeren
Kamerverhuur tot en met drie kamers is mogelijk zonder
consequenties voor parkeren; er wordt dan geen aanvullende
parkeereis gesteld.
Kamerverhuur vanaf vier kamers is alleen mogelijk via een
gemeentelijke parkeertoets (op kosten van de aanvrager). De
gemeente zal bepalen of het parkeren door de kamerverhuur
opgevangen kan worden op privaat terrein of in de openbare
ruimte. De aanvullende parkeernorm per extra bewoner is 0,6
parkeerplaats bovenop de voor de woning geldende norm. Dit is
conform de normen van het CROW. In de openbare ruimte mag de
parkeerdruk door de kamerverhuur ’s avonds en ’s nachts niet
boven de 90% komen. Hiervoor wordt doorgaans een
parkeeronderzoek uitgevoerd (op kosten van de aanvrager). In de
parkeervergunningzones is deze eis op woningen die verder dan
150 m loopafstand zijn gelegen van de vergunningzonegrens niet
van toepassing, omdat er per zelfstandig adres in de A-zone
(binnenstad) slechts één parkeervergunning aangevraagd kan
worden en er dus geen kans op extra parkeerdruk bestaat. In de
overige zones zijn wel meer vergunningen per adres mogelijk,
maar pas nadat alle eerste vergunningen zijn uitgegeven en als
er dan nog ruimte is voor tweede vergunningen.
Brandveiligheid
In het kamerverhuurpand moeten in elke verblijfsruimte
brandmelders worden aangebracht conform NEN 2555.
Met het oog op brandbestrijding dient een brandslanghaspel te
worden geplaatst, op een zodanige plaats dat alle
verblijfsruimten bereikt kunnen worden. Gelijkwaardig is een
draagbaar werkend brandblustoestel op iedere woonlaag.
Voorwaarden die (naast de voorwaarden zoals aangegeven in
artikel 3.1.3. lid 2 van de huisvestingsverordening) worden
opgenomen in de omzettingsvergunning:
Het normale onderhoud van een kamerverhuurpand dient zodanig te
geschieden dat het zich in een zindelijke staat bevindt;
Het afval dient op zodanige wijze te worden bewaard dat
schadelijk en hinderlijk gedierte niet wordt aangetrokken.
Alle plafonds en wanden mogen alleen materialen bevatten die in
brandklasse 1 en 2 vallen.
De bewoners dienen op betreffend adres ingeschreven te staan in
de Gemeentelijke Basisadministratie
Intrekking van de omzettingsvergunning
Burgemeester en wethouders kunnen de omzettingsvergunning
intrekken:
indien blijkt, dat zij de vergunning ten gevolge van een
onjuiste of onvolledige opgave hebben verleend;
indien blijkt dat de houder niet heeft voldaan aan de
voorwaarden als bedoeld in artikel 9 lid 1 t/m 5 van deze
beleidsregels.
indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van
de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een
verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw
waarop de vergunning betrekking heeft;
indien het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal
bewoners afwijkt van het in de aanvraag en vergunning vermelde
aantal.
de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de
omzettingsvergunning is verleend beëindigt.
Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de
vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot
intrekking wordt genomen daarvan in kennis is gesteld en in de
gelegenheid is gesteld zijn of haar zienswijze tegen het
voorgenomen besluit kenbaar te maken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9
Omzettingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels Woonruimteverdeling gemeente Amersfoort