Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.
In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder
als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid,
onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren
kinderopvang, dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is
voor de combinatie van arbeid en zorg.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor de tegemoetkoming van de
kosten van de kinderopvang op grond van een sociaal medische
indicatie. Voor deze tegemoetkoming heeft het college in nadere
regels specifiek bepaald hoe de omvang van de kinderopvang zal
bedragen.