Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
minste een strook grond omvat die:
over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de achtergevel,
en
voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is begrepen
tussen het verlengde van de zijgevels, een diepte heeft van ten
minste 5 meter.
De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel
van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld
in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda’s buiten beschouwing
blijven.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
van het bepaalde in:
het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft, indien de
gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot bewoning bestemd is;
het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden wordt
voldaan:
een gunstige, andere indeling van het erf is aanwezig;
het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan twee
tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een
weg en een openbaar water, aan een weg en een spoorweg of
aan een weg en een plantsoen, mits dat terrein slechts aan
één van die zijden mag worden bebouwd en tevens een erf van
redelijke afmetingen tot stand wordt gebracht;
bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de bepalingen
voor te bouwen woningen en woongebouwen van het Bouwbesluit
voldoet, wordt de bestaande toestand verbeterd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.15
Erf bij woningen en woongebouwen
Onderdeel van Bouwverordening Montferland 2010