Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 bedraagt de maximale
hoogte van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een
omgevingsvergunning is vereist, in het vlak door de
voorgevelrooilijn 1 meter, vermeerderd met:
in delen van de bebouwde kom, aangeduid op de bij de bouwverordening
behorende kaart, 1,73 maal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen
langs de desbetreffende weg;
in het overige deel van de bebouwde kom eenmaal de afstand tussen de
voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg;
buiten de bebouwde kom 0,75 maal de afstand tussen de
voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
hoekbebouwing aan wegen, waarvan de afstand tussen de
voorgevelrooilijnen onderling verschilt, in welk geval aan de zijde
van de smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is
toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte, van de hoek af
gemeten gelijk aan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen van de
smalle weg, doch over geen grotere lengte dan 15 meter.
De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op de
desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de breedte van
het bouwwerk of de projectie daarvan op de voorgevelrooilijn.
Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn ontbreekt,
geldt ter bepaling van de maximale hoogte, bedoeld in het eerste
lid, de dichtst bij gelegen tegenoverliggende rooilijn. Indien de
tegenoverliggende rooilijn plaatselijk is onderbroken geldt ter
plaatse van de onderbreking de verst verwijderde van de beide ter
weerszijden van de onderbreking voorkomende rooilijnen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.20
Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening Montferland 2010