Met in achtneming van de in artikel 7, lid 3 en in artikel 9, eerste
lid sub b, d en e van deze Maatregelenverordening bedoelde
heroverweging, beoordelen burgemeester en wethouders of – en in
hoeverre het gedrag van belanghebbende, en de omstandigheden waarin
belanghebbende verkeert, aanleiding geven om te besluiten tot
ongewijzigde voorzetting – of tot beëindiging van de maatregel.