1.Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld
op:
Artikel
Categorie
Verlaging
Duur verlaging
Bijzonderheden
a.
1
10%
1 kalendermaand
b.
2
10%
De verlaging duurt minimaal 1 kalendermaand of
duurt voort tot de maand waarin belanghebbende
aantoont dat de verplichting is nagekomen.
Heroverweging van de verlaging vindt plaats
binnen 3 maanden na het besluit tot verlaging van
de bijstand.
c.
3
20%
1 kalendermaand
d.
4
20%
De verlaging duurt minimaal 1 kalendermaand of
duurt voort tot de maand waarin belanghebbende
aantoont dat de verplichting is nagekomen.
Heroverweging van de verlaging vindt plaats
binnen 3 maanden na het besluit tot verlaging van
de bijstand.
e.
5
30%
De verlaging duurt minimaal 1 kalendermaand of
duurt voort tot de maand waarin belanghebbende
aantoont dat de verplichting is nagekomen.
Heroverweging van de verlaging vindt plaats
binnen 3 maanden na het besluit tot verlaging van
de bijstand.
f.
6
100%
1 kalendermaand
1.Het college neemt bij toepassing van het eerste lid de bepalingen
van artikel
18 WWB in acht;
Indien artikel 9 van de wet niet op belanghebbende van
toepassing is, maar belanghebbende wel gedragingen vertoont
conform artikel 8 categorie 6 lid d, wordt de maatregel
opgelegd als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de
wet.
Indien een belanghebbende de verplichting op grond van
artikel 38, tweede lid
van de Bbz, niet is nagekomen door informatie die van belang is voor
de
verlening van de bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de
door het
college daartoe gestelde termijn te verstrekken, kan met toepassing
van artikel
18 lid 2 van de wet een maatregel worden opgelegd van 10 procent van
de
bijstandsnorm, onverminderd artikel 2, tweede lid
4.Indien de maatregel niet kan worden toegepast omdat de uitkering
als gevolg
van de gedraging is beëindigd wordt de verlaging toegepast op het
moment dat
binnen 12 maanden na beëindiging van de uitkering opnieuw een
beroep op de
bijstand wordt gedaan;
5.Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de wet, of artikel 38,
tweede lid van de Bbz, of het verlenen van onvoldoende medewerking
en het verstrekken van onjuiste gegevens bedoeld in
artikel 54 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een
te hoog bedrag
verlenen van bijstand, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van
het
benadelingsbedrag.
6.Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bedoeld in
het vorige
lid, op de volgende wijze vastgesteld:
1e bij een benadelingsbedrag tot € 1000,- netto: 20% van
de bijstandsnorm gedurende een maand;
2e bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-
netto: 30% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
3e bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-:
netto: 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
4e bij een benadelingsbedrag van € 4000,- netto of meer:
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
Indien geen benadelingsbedrag kan worden vastgesteld,
bedraagt de maatregel 30% van de bijstandsnorm.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 6,vierde
lid.
Artikel 9:
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Wet Werk en Bijstand 2011