Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.5

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening Rekenkamercommissie Deurne, Asten, Someren 2008

1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van inhoudelijke en procedurele aspecten van het onderzoek. 4.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 5.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 6.. De rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7.. Na het ambtelijk hoor- en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 6) formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen en voegt die aan het rapport toe. Vervolgens stelt zij het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste 2 weken bedraagt, hun zienswijze op het rapport (inclusief conclusies en aanbevelingen) kenbaar te maken. 8.. Na afronding van het bestuurlijk hoor- en wederhoor (zie lid 7) kan de rekenkamercommissie daarop zonodig nog door middel van een nawoord reageren; dat nawoord wordt – evenals de bestuurlijke reactie – aan het rapport toegevoegd. 9.. Tenslotte wordt het rapport met de toegevoegde bijlagen zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel