De eigenaren van in artikel 1a genoemde eigendommen, ten aanzien waarvan burgemeester en wethouders de last hebben gegeven dat die voorzien moeten worden van lantaarns tot verlichting tussen zonsonder- en opgang, of dat het aantal der aanwezige lantaarns vermeerderd moet wor-den, zijn verplicht op de bij de last aangewezen plaatsen en binnen de daarbij bepaalde termijn lantaarns aan te brengen.
Zij zijn verplicht die lantaarns te herstellen en in goede orde te houden en die helder brandende te hebben op de uren gedurende welke de gemeentelijke straatverlichting, volgens de daarvoor bestaande regeling, behoort ontstoken te zijn.
Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen om een of meer bij de vergunning aangewezen lantaarns vroeger te doven.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Verordening op wegen, lanen, straten, enz. En wateringen en sloten