Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 24

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011

1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 23 vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen: a.. het gebruik van het openbaar vervoer of b.. het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken. 2.. Voor de bij artikel 23 onder a. t/m c. genoemde voorzieningen geldt dat deze ook in aanvulling op de in artikel 23 onder d. genoemde voorzieningen verstrekt kunnen worden. 3.. Geen of een gedeeltelijke vervoersvoorziening als genoemd in artikel 23 onder d. wordt toegekend indien er sprake is van deels overlappende vervoersvoorzieningen waarbij de individuele vervoersbehoefte van de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet en de mate waarin een eveneens door de gemeente verstrekte voorziening als bedoeld in artikel 23 onder a. t/m c. in die vervoersbehoefte kan voorzien; in deze situatie zal een korting worden toegepast van 30%. 4.. Geen of een gedeeltelijke vervoersvoorziening als genoemd in artikel 23 onder d. wordt toegekend voor zover de vervoersbehoeften van een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet met zijn of haar echtgeno(o)t(e) samen reistdan wordt in dit geval bij een autokostenvergoeding niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend. Terwijl in deze situatie bij de regiotaxi een vergoeding wordt toegekend van tweemaal een enkele voorziening. 5.. Als medische begeleiding noodzakelijk is, in het geval van een collectieve vervoersvoorziening, krijgt de begeleider op grond van een indicatie een pas waarmee deze gratis kan reizen. 6.. Tot het subsidiëren van een autoaanpassing wordt besloten indien er uitsluitend sprake is van één van onderstaande situaties: indien aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief vervoerssysteem als genoemd in artikel 23, onder d., onmogelijk maken en/of een collectief vervoerssysteem als genoemd in artikel 23, onder d., niet aanwezig is en/of; voor verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving het collectief vervoerssysteem niet als adequaat wordt aangemerkt. 7.. Personen aan wie tegemoetkoming in de vervoerskosten is toegekend dienen voor 1 november van een bepaald jaar aan te geven indien zij hun keuze voor de regiotaxi of autokosten wensen te wijzigen voor het jaar daaropvolgend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel