Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011

Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 lid 1 en 6a van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget individuele voorzieningen, niet zijnde hulp bij het huishouden 1 of 2, is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het artikel 8 en artikel 13 van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Zwartewaterland. De omvang van het persoonsgebonden budget bedraagt € 16,00 voor hulp bij het huishouden 1 en minimaal € 18,48 voor hulp bij het huishouden 2 (hierbij wordt uitgegaan van 75% van het laagste tarief van HH2 ZIN), met uitzondering van het persoongebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in artikel 6, artikel 8 en artikel 13 van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland; De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de persoon met beperkingen. a. Het college controleert alle PersoonsGebondenBudget-houders met betrekking tot hulp bij het huishouden waarbij het nagaat of alle verstrekte PGB´en besteed zijn aan het doel waarvoor het verstrekt is. Met betrekking tot een persoonsgebonden budget ten behoeve van de aanschaf van een voorziening vindt verantwoording door de budgethouder plaats direct na levering. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in hoofdstuk 2 van het Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland, te verstrekken. De onder lid 5 en 7 bedoelde verantwoording heeft betrekking op persoonsgebonden budgetten ten bedrage van € 500,00 of hoger; beneden de € 500,00 behoeft geen verantwoording afgelegd te worden. Dit bedrag geldt met betrekking tot de hulp bij het huishouden op jaarbasis. 6.Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel