Het college kan uitkeringsgerechtigden werkervaring aanbieden met behoud van uitkering in de vorm van additionele arbeid, een en ander primair gericht op doorstroom naar duurzame arbeid.
Deze voorziening duurt in principe niet langer dan twee jaar, met in bijzondere omstandigheden een mogelijke verlenging met twee jaar.
Voor zover de uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
Het college betrekt bij deze beoordeling in ieder geval:
het oordeel van degene in wiens opdracht de uitkeringsgerechtigde additionele arbeid verricht;
de scholingswens van de uitkeringsgerechtigde.
Premie participatiebaan:
Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet, artikel 38a van de IOAW een premie van telkens maximaal € 300,00. De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande 6 maanden en bedraagt:
bij een gemiddelde uren inzet van 8 tot 16 uur per week, 25% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 16 tot 24 uur per week 50% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 24 tot 32 uur per week 75% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 32 tot 40 uur per week 100% van het in het eerste lid genoemde bedrag.
1 Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
2 De premie wordt geweigerd wanneer bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
Hoofdstuk 3:
Artikel 7.
Participatieplaats
Onderdeel van Verordening reïntegratie 2011 gemeente Zwartewaterland.