Naar hoofdinhoud

Artikel 31

en artikel 31a Afwijkingen betalingskorting en invorderingsrente

Onderdeel van Beleidsregels voor de invordering van gemeentelijke belastingen; Leidraad invordering gemeente Schiedam

Het college kan een regeling vaststellen waarbij de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de wet (de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990) niet, dan wel gedeeltelijk van toepassing is verklaard. De gemeente heeft de bevoegdheid zelfstandig regels te stellen voor de, bij de berekening van de invorderingsrente, toe te passen afrondingen en voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente die een bepaald bedrag niet te boven gaat. Renteregeling gemeente Schiedam Artikel 31 IW 1990 geeft aan het College van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid om regels te stellen voor de bij de berekening van invorderingsrente toe te passen afrondingen en voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente beneden een bepaald bedrag. Voorts is in artikel 31 IW1990 de bevoegdheid opgenomen nadere regels te stellen met betrekking tot een doelmatige invordering van invorderingsrente. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft hiertoe op 18 januari 2005 via de Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen een besluit genomen waarin is geregeld dat Hoofdstuk III van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van toepassing is verklaard, met uitzondering van artikel 33 van die regeling. Hiervoor is een afwijkende bepaling in genoemde Regeling opgenomen. Verder zijn in de leidraad op de artikelen 31 en 31a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel