**1..** Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen.
**2..** De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.
**3..** De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
**4..** Indien een fractie over een bepaald onderwerp schriftelijke vragen heeft gesteld, is het in afwachting van de beantwoording van deze vragen voor andere fracties niet toegestaan om over hetzelfde onderwerp schriftelijke en mondelinge vragen te stellen.
**5..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen vier weken na ontvangst van de vragen.
**6..** Indien beantwoording niet binnen de termijn als bedoeld in lid 5 plaatsvindt, worden de vragen mondeling in de eerstvolgende Besluitvormingsronde van het Raadsplein beantwoord, tenzij het college schriftelijk gemotiveerd heeft aangegeven dat de termijn niet kan worden gehaald en daarbij een gemotiveerde termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording wel plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
**7..** De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad medegedeeld en tezamen met de vragen gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 16 aan de leden van de raad toegezonden.
**8..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende besluitvormingsronde van het Raadsplein na de behandeling van de agendapunten nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Hoofdstuk IV
Artikel 45
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde van de raad van de gemeente Zwolle.