Tenzij anders aangegeven wordt in deze verordening verstaan dan wel mede
verstaan onder:
a.
bebouwde kom:
de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
staten van Zuid-Holland de grenzen hebben
vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid,
van de Wegenwet;
b.
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, die op de plaats van
bestemming hetzij direct of indirect met de grond
verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt
in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren;
c.
college:
het college van burgemeester en wethouders van
Dordrecht;
d.
gebouw:
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke
overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
omsloten ruimte vormt;
e.
handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of
diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
commercieel belang te dienen;
f.
openbare plaats:
een plaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
juncto tweede lid van de Wet openbare
manifestaties;
g.
openbaar water:
alle wateren die - al dan niet met enige beperking
- voor het publiek bevaarbaar of anderszins
toegankelijk zijn;
h.
rechthebbende:
een ieder die over enige zaak enige zeggenschap
heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
recht;
i.
vaartuigen:
alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
ponten;
j.
voertuigen:
alle rij- en voertuigen, met uitzondering van:
1.
treinen en trams;
2.
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
voertuigen;
k.
weg:
1.
alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of
paden, met inbegrip van de daarin liggende bruggen
en duikers en de tot die wegen of paden behorende
bermen of zijkanten, alsmede de aan die wegen of
paden liggende en als zodanig aangeduide
parkeerterreinen;
2.
de - al dan niet met enige beperking - voor het
publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen,
parken, plantsoenen, speelweiden, bossen, stranden
en natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen
voor vaartuigen;
3.
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
portieken, gangen, passages en galerijen, welke
uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
4.
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
passages en galerijen; de afsluitbare alleen
gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
zijn afgesloten;
5.
openbaar water;
l.
woonschepen:
schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
gebezigd of tot woning bestemd.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht