Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.12

Raamkaart

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. Met de vergunning worden één of meer door of namens de burgemeester gewaarmerkte raamkaarten afgegeven, waarop de naam en het adres van de inrichting en de openings- en sluitingstijden van de inrichting (inclusief een eventueel terras) zijn aangegeven. 2. Een raamkaart dient bij iedere voor bezoekers bestemde ingang van de inrichting te zijn aangebracht op zodanige wijze dat van buitenaf daarvan gemakkelijk kan worden kennisgenomen. 3. Op een raamkaart wordt de datum vermeld per wanneer deze geldt. De burgemeester kan bepalen welke andere gegevens op een raamkaart dienen te zijn vermeld en op welke wijze een raamkaart dient te zijn ingericht. 4. Het is de exploitant en de leidinggevenden van een inrichting verboden de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten zonder dat bij iedere voor bezoekers bestemde ingang een raamkaart als bedoeld in dit artikel is aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel