Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4

Artikel 2.4.7

Hinderlijk gedrag op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. Het is verboden: op hinderlijke wijze op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, vaartuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair; zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan weggebruikers of aan gebruikers van nabij de weg gelegen gebouwen onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt; voor een ieder die daartoe niet bevoegd is, zich op de weg binnen de voor een brug geplaatste afsluitingen te bevinden nadat een of meer van die afsluitingen zijn of worden gesloten, dan wel een afsluiting voor een brug te openen. 2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel