**1.** Het is de exploitant, leidinggevenden, barvrijwilliger als
bedoeld in artikel 2.3.1 sub d, e en b verboden toe te laten dat
een persoon in die inrichting roerende zaken verhandelt, zulk
voor zover dit de directe aanbieding en levering omvat.
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
Openbare verkopingen en veilingen;
besloten feesten, partijen en bijeenkomsten;
De exploitant, leidinggevenden, barvrijwilliger als
bedoeld in artikel 2.3.1 en het overige personeel met
betrekking tot de voor die inrichting gebruikelijke
consumptieartikelen;
Ondernemers met betrekking tot de aanbieding en
leverantie van zaken die tot de inventaris van de
inrichting behoren, aan de exploitant en leidinggevenden
van de inrichting.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.5
Handel (van goederen) in inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht