**1.** Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
toegankelijke plaats of op een plaats zichtbaar vanaf de weg of
vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats, door
handelingen, houding, woord of gebaar, of op andere wijze,
passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan
te lokken.
**2.** Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
verbod kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
**3.** De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3.3.1 genoemde
belangen personen aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven
als bedoeld in het tweede lid, bij besluit verbieden zich
gedurende een periode van ten hoogste twaalf weken, anders dan
in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de in
het besluit genoemde wegen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 3.2.6
Raam- en straatprostitutie
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht