**1.** De exploitant van een winkel, hal, kraam of andere dergelijke
inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht welke
ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
een mand, bak of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te
hebben, waarin het publiek papier, etensresten,
verpakkingsmateriaal en ander afval kan
achterlaten;
zorg te dragen dat die mand, die bak of dat soortgelijke
voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval
daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die mand, die
bak of dat voorwerp steeds tijdig wordt geledigd.
**2.** De exploitant bedoeld in het eerste lid is verplicht te zorgen
dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting,
doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een
ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het
bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van de inrichting op de
weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk
uit of van die inrichting afkomstig, worden verwijderd.
**3.** De in het eerste en het tweede lid gestelde verplichting blijft
buiten toepassing voor zover de op de Wet milieubeheer
gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2
Artikel 4.2.6
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht