Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.4

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1.. In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.10, blijven vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de in artikel 6.5 lid 3 vermelde verordeningen- indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de in artikel 6.5 lid 3 vermelde verordeningen blijven – indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3.. Vergunningen en ontheffingen als bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. 4.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van de in artikel 6.5 lid 3 vermelde verordeningen, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 5.. Op een aanhangig bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.5, tweede lid, is ingekomen binnen de voordien geldende termijn, wordt beslist met toepassing van de in artikel 6.5 derde lid vermelde verordeningen. 6.. De intrekking van de verordeningen vermeld in artikel 6.5, derde lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. 7.. De eisen, vermeld in artikel 2.3.3 en 3.2.2 lid 1 sub d gelden niet gedurende 12 maanden na datum van in werkingtreding als vermeld in artikel 6.5. lid 2 APV voor vergunningen die zijn afgegeven op grond van de bepalingen van de verordeningen, als vermeld in artikel 6.5 lid 3 APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel