**1..** De voorzitter roept het lid of een ander persoon als bedoeld in artikel 27, die het woord voert over een aan de orde gesteld onderwerp en die naar zijn mening de orde van de vergadering verstoort, hetzij door af te wijken van het onderwerp der beraadslaging, hetzij door zich niet toelaatbare uitdrukkingen te veroorloven, hetzij anderszins, tot de orde.
**2..** Het niet naleven van het bepaalde in dit reglement wordt voor het toepassen van het bepaalde in het eerste lid mede als het verstoren van de orde beschouwd.
**3..** Wanneer een lid of een ander persoon als bedoeld in artikel 27, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid tot de orde is geroepen, voortgaat met het verstoren van de orde, ontneemt de voorzitter hem het woord.
**4..** Het lid of de persoon aan wie de voorzitter het woord heeft ontnomen, kan over het op dat moment in die vergadering ter behandeling aan de orde zijnde onderwerp niet meer aan de beraadslaging deelnemen.
**5..** Onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de Gemeentewet kan de voorzitter in het belang van de orde de vergadering schorsen dan wel voortijdig sluiten.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2
Artikel 25
Handhaving orde, schorsing
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad