**1..** Het tijdstip van begraven, cremeren, bijzetten of verstrooien wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de directeur, in overleg met de betrokken aanvrager, vastgesteld.
**2..** De aanwijzing van de plaats van het graf of de urnenplaats geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, tweede en derde lid, in overleg met de aanvrager, door de directeur.
**3..** Herdenkingsbijeenkomsten en andere plechtigheden kunnen geschieden nadat deze tenminste een week tevoren bij de directeur zijn gemeld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschieden worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de directeur vastgesteld.