Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Beheersverordening Essenhof

1.. Particuliere graven zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee lijken en het bijzetten van maximaal twee asbussen, waarbij het aantal asbussen het aantal erin begraven lijken niet mag overschrijden. 2.. Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van dertig jaar. 3.. Particuliere kindergraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal 1 lijk. 4.. In particuliere kindergraven worden geen asbussen bijgezet. 5.. Van het bepaalde lid 3 en lid 4 kan worden afgeweken indien het kinderen tot en met 11 jaar betreft uit hetzelfde gezin en voor zover de omstandigheden een gezamenlijke lijkbezorging toelaten. 6.. Particuliere kindergraven bevinden zich op de kinderhof. 7.. Particuliere kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van vijftien jaar. 8.. Na afloop van de uitgiftetermijn van een particulier graf kunnen de grafrechten telkens met tien jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. 9.. Begraving in een particulier graf, waarin reeds is begraven en waarvan de lopende grafrechttermijn binnen tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn tot maximaal tien jaar na de laatste begraving of bijzetting. 10.. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. 11.. Het is verboden zonder vergunning van het college een grafkelder aan te brengen in een particulier graf. 12.. De vergunning kan worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd indien: de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig wordt geacht; ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt nagekomen; van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt; dit om redenen van beheertechnische aard wenselijk of noodzakelijk is. 13.. Het college kan aan de vergunning als genoemd in het elfde lid voorschriften en beperkingen verbinden. 14.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de aard, de afmetingen en de wijze van aanvragen en aanbrengen van grafkelders.

Rechtspraak bij dit artikel