De gemeente Neder-Betuwe op 1 januari 2002 samengevoegd uit de voormalige gemeenten Kesteren, Echteld en Dodewaard. Het gebied behoort tot het “oer-hollandse” rivierengebied met dijken, uiterwaarden, vergezichten over de rivier, kleine kernen en een groen, agrarisch buitengebied. Van oudsher is het een fruitteeltgebied. Het fruit maakt echter steeds meer plaats voor boomkwekerijen. Er zijn enkele grotere kernen in de gemeente, naast kleinere kernen en buurtschappen, ieder met een eigen geschiedenis en karakter. Zo is de voormalige kerncentrale een bijzonder element voor Dodewaard, heeft Kesteren een heel organisch opgebouwd en ruimtelijk gevarieerd centrum en een aantal belangrijke bedrijven en heeft Echteld zijn rustige, statige karakter als kasteeldorp. Overstromingen en de Tweede Wereldoorlog hebben hun sporen nagelaten in de kernen. Ochten bijvoorbeeld is vrijwel geheel verwoest en na de oorlog weer opgebouwd. In deze nota wordt vastgelegd hoe het welstandstoezicht in de gemeente Neder-Betuwe is geregeld. Tevens geeft deze nota uitgangspunten en criteria voor het welstandsoordeel. Welstandstoezicht is niet nieuw. Het werd ooit ingesteld om te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte zouden ontsieren. Op grond van de Woningwet beoordeelt een onafhankelijke commissie of een bouwwerk niet in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand’ en adviseert vervolgens het gemeentebestuur daarover. Het gemeentebestuur neemt de beslissing of de vergunning wordt verleend.
Het oordeel van de welstandscommissie is volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk én op de plaatsing van het bouwwerk. De commissie kijkt in de eerste plaats naar de invloed van het bouwwerk op de beeldkwaliteit van de omgeving, rekening houdend met verwachte ontwikkelingen. Tevens adviseert de commissie over de kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf. De wijze waarop het welstandtoezicht wordt uitgeoefend door het Gelders Genootschap is in de praktijk ontwikkeld. De rayonarchitect speelt daarbij als voorpost van de welstandscommissie een belangrijke rol. Minstens een keer in de twee weken bezoekt hij de gemeente. Tijdens zijn bezoek worden veel bouwplannen afgehandeld en vindt overleg plaats met planindieners, beleidsambtenaren en het gemeentebestuur. Het vooroverleg met planindieners leidt in veel gevallen tot een resultaat, waarmee zowel de indiener als de openbare ruimte gebaat zijn. De meer complexe plannen gaan mee naar de commissie. De rayonarchitect gaat ter plekke kijken en maakt foto’s om zich een goed oordeel te kunnen vormen van de invloed van het plan op de omgeving.
De laatste jaren is een trend ingezet waarbij het welstandstoezicht meer transparant plaatsvindt. De rol van het vooroverleg is hierbij essentieel. Bovendien vergadert de welstandscommissie in het openbaar. Dit past ook bij een samenleving die vraagt om meer rechtszekerheid en openheid rondom het welstandstoezicht. Wanneer men in een vroeg stadium bekend is met de eisen die gesteld worden aan een bouwplan is men veelal bereid hiermee rekening te houden. Veel onduidelijkheden over welstand worden weggenomen als vooraf helder wordt gemaakt welke kaders bij het welstandsoordeel een rol spelen. Deze kaders worden door het gemeentebestuur in deze welstandsnota vastgelegd.