Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Ruimtelijk kader

Onderdeel van Welstandsnota 2011

3.2.1. Beschrijving van de ruimtelijke karakteristiek van de gemeente Opbouw van het landschap Het ruimtelijk beeld van de gemeente Neder-Betuwe wordt in belangrijke mate bepaald door de rivieren Rijn en Waal. Deze meanderende rivieren hebben de hogere oeverwallen en de daarachter gelegen lagere kommen gevormd. Door de aanleg van kaden en dijken vanaf de 12e eeuw is het vlechtpatroon dat de meanderende rivieren veroorzaakten, vastgelegd. Buitendijks ontstonden door aanslibbing de weidse uiterwaarden. Dijkdoorbraken hebben voor de vele in dit gebied zo karakteristieke wielen gezorgd. Door de ligging van de rivieren is de ruimtelijke hoofdstructuur van de gemeente oost-west gericht. Landschappelijke kenmerken Oeverwallen Op de hoger gelegen oeverwallen met een vruchtbare bodem zijn de nederzettingen ontstaan. Deze kenmerken zich door een concentratie van kernen, akkers en boomgaarden die samen met de kleine blokvormige percelen voor een gevarieerd en kleinschalig landschap zorgen. Kommen In de laaggelegen komgebieden komen een uitgebreid net van sloten en weteringen voor met strookvormige percelen. Dit waren de natste gebieden, voor een deel moeras en verder uitsluitend geschikt als wei- en hooiland. Door de verbeterde ontwatering is het gebruik veranderd naar weiland, akkerland en steeds meer boomkwekerijen. De fruitteelt, van oudsher op de hoger gelegen gronden, is ook in de kommen verder gegaan. Dit alles zorgt met de bouw van loodsen zowel als woningen voor een snelle afname van de vroeger zo kenmerkende openheid van de kommen. Uiterwaarden De uiterwaarden zijn sinds hun ontstaan als wei- of hooiland in gebruik geweest. Ook steenfabrieken hebben hun plek gevonden in de uiterwaarden, waar grond is afgegraven voor kleiwinning. De uiterwaarden worden gekenmerkt door een afwisseling  tussen grote openheid met een weidse rivier op de achtergrond en beslotenheid door natuurlijke beplanting. Verschillende uiterwaarden zijn aangewezen als beschermd vogelgebied. Dijken De eerste dijken dateren uit het einde van de 13e eeuw en hadden een gemiddelde hoogte van 1.5 meter. Ze zijn bij iedere kern aanwezig. Het landschap langs de dijken is door de recente dijkverzwaringen opener geworden door de helaas noodzakelijke verwijdering van veel dijkwoningen. De dijken liggen allemaal parallel aan de rivieren, met uitzondering van de resten van de verdedigingsdijken de Spanjaardsdijk en de Liniedijk. Wegen en spoorlijnen Van oudsher lagen de wegen voor ontsluiting van de dorpen parallel aan de rivieren. Pas veel later ontstonden uit karrensporen noord-zuid verbindingen. Momenteel ligt er één oost-west gerichte spoorlijn in de gemeente die deels vlak langs de snelweg A15 loopt. Naast deze snelweg wordt de Betuwelijn aangelegd die voor een spoorverbinding van het westen naar Duitsland zorgt.   Welysestraat, Hien Rijnbandijk, Opheusden Waalbandijk, Dodewaard Kasteel de Wijenburg, Echteld Linge Midden door het komgebied stroomt de Linge, de langste rivier van Nederland. Het deel dat door de gemeente Neder-Betuwe loopt wordt Boven-Linge genoemd en is in de 13e eeuw gegraven. De Boven-Linge is hier een onopvallend kanaal dat in het landschap nauwelijks zichtbaar is. Bijzondere elementen Langs de dijken is een groot aantal wielen te vinden. Ze zijn vaak door beplanting omzoomd en hebben een landschappelijke en historische betekenis, evenals een natuurwaarde. In het buitengebied zijn behalve de uiterwaarden en de wielen nog meer natuurgebieden aanwezig, zoals het Dodewaardse Veld en de plas bij het voormalig Landgoed Walenhoek ten noord-westen van Ochten. Cultuurhistorisch gezien is er nog het nodige te vinden in deze gemeente. De oude verdedigingsdijk Nieuwe Dijk bijvoorbeeld, maar ook de Langeakkerstraat en de waardevolle cultuurgebieden tegen de Waalbandijk ten westen van Dodewaard en Opperden ten zuiden van Wely. Langs de Boveneindsestraat bij Kesteren bevinden zich zoveel monumentale boerderijen dat dit gebied aangewezen is als potentieel beschermd dorpsgezicht. Kasteel De Wijenburg bij Echteld is een voornaam kasteel, omgeven door een gracht en opgaande beplanting. Bij Opheusden is het Veerhuis met Veerstoep te vinden. Er komen diverse buurtschappen voor in het buitengebied. Eldik ten oosten van Ochten ligt aan de voet van de Waalbandijk. Hier is een grote verwevenheid van de wielen met hun bosjes waarlangs de wegen met voornamelijk oude huizen en boerderijen kronkelen. Voorts is er de Pottum en Groenestraat ten noorden van De Heuning bij IJzendoorn en de Kerkstraat bij Dodewaard. Ontwikkelingen Het landelijk gebied van de gemeente Neder-Betuwe heeft net als veel andere Betuwse gemeenten de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Eerst was er de omschakeling van hoogstamboomgaarden op de oeverwallen naar de makkelijker te behandelen laagstamboomgaarden. Vervolgens breidde in deze gemeente het aantal en de grootte van de laanboomkwekerijen zich erg uit. Opheusden als laanboomcentrum van Nederland werd een begrip dat zich ook verspreidde naar de omliggende dorpen. Vooral Dodewaard heeft een ommezwaai van fruit naar laanbomen doorgemaakt, maar ook in Ochten en Echteld zette deze trend zich door. Door een betere ontwatering konden vervolgens ook een deel van de weidegronden in de kommen geschikt gemaakt worden voor het kweken van laanbomen. Door deze ontwikkeling doet zich een omdraaiing voor van het oorspronkelijke ruimtelijke patroon van de gemeente. De oeverwallen worden steeds opener, de kommen steeds dichter. De gemeente staat voor dat deze situatie gekeerd wordt, hetgeen ook al uit diverse plannen, waaronder het Groenstructuurplan en de Bestemmingsplannen Buitengebied, spreekt. In deze plannen wordt uitgegaan van het open blijven van de komgebieden, onderbroken door enkele verdichte knooppunten waar de noordelijke en zuidelijke oeverwal bij elkaar komen. Er wordt geen laanbeplanting langs de komwegen voorgestaan. Voor het omzetten van weiden naar boomkwekerijen is soms een aanlegvergunning nodig. Door de schaalvergroting die zich in het algemeen in de agrarische sector voordoet, verdwijnen de verzamelpunten voor afzet van de fruitteelt uit de gemeente. Zo ook het punt bij Ochten. In Geldermalsen staat nu het nieuwe verzamelcomplex voor de hele regio. Voorts wordt de huidige situatie van het landelijk gebied min of meer geconsolideerd. Het grondgebruik blijft ongeveer gelijk. Er zijn nu veel gemengde bedrijven, met enkele pluimveebedrijven. De laatste decennia is er qua bebouwing ook een verschuiving te constateren. Er zijn veel kleine agrarische woningen gebouwd. De gemeente wil aan deze situatie een ombuiging geven door te stimuleren dat er weer forsere, kloeke woningen in het buitengebied verschijnen. Ook zal er een compacte erfbebouwing voorgestaan worden, waarbij de bijgebouwen maximaal 20 meter van het hoofdgebouw verwijderd liggen. De gemeente volgt in deze de beleidslijn van de Provincie. Het beleid in de Bestemmingsplannen Buitengebied van de gemeente ten aanzien van burgerwoningen is geleidelijk verschoven van gedeeltelijke vernieuwing naar de mogelijkheid bij recht tot algehele vernieuwing. Daarnaast zijn of worden er voor karakteristieke woningen eisen opgenomen tot behoud van de karakteristieke kenmerken. 3.2.2. De bebouwde omgeving van Neder-Betuwe bestaat uit verschillende woon- en werkgebieden zoals het karakteristieke centrum van Kesteren, na-oorlogse woonwijken en bedrijventerreinen. Het Gelders Genootschap heeft een aantal gebiedstypen onderscheiden die in zichzelf samenhangend zijn en daarbij kenmerkende stedenbouwkundige en architectonische eigenschappen vertonen. Deze kenmerkende gebieden komen veelal in meerdere dorpen voor en vormen dan ook de bouwstenen van de gebouwde omgeving. In dit hoofdstuk worden de volgende bouwstenen voor de gemeente Neder-Betuwe beschreven: Historisch gegroeide gebieden: H1 historische dorpsgebieden (organisch gegroeid) H2 historische dorpse bebouwingslinten (open, perceelsgewijze bebouwing) H3 gemengde bebouwing H5 dijkbebouwing Planmatig ontworpen woongebieden: W4 woonwijken in traditionele blokverkaveling W6 Forumbeweging (woonerven jaren ‘70-’80) W7 thematische inbreidingen (vanaf jaren ’90) W8 thematische uitbreidingswijken (metaforen, 90-00) W9 individuele woningbouw (vrije sector) Bedrijventerreinen: B1 industrieterreinen B2 bedrijventerrein Groene gebieden: G1 parken, groengebieden en sportcomplexen G2 buitenplaatsen, landgoederen G3 boerenerven – agrarisch buitengebied G4 natuurgebieden G5 recreatieparken en vakantiewoningen   H1  Historische dorpsgebieden (organisch gegroeid) De dorpen zijn ontstaan als agrarische nederzettingen op de oeverwallen, waarvan de meeste als rivierdorpen. Echteld vormt als kasteeldorp hierop een uitzondering. De oudste delen van de dorpen hebben een relatie met de dijk en zijn vanaf hier verder ontwikkeld. Meest in de buurt van de dijken zijn ook de voorname panden te vinden. De oude dorpsgebieden kenmerken zich door relatief open en kleinschalige bebouwing met daarbinnen een zekere variatie. Binnen deze gebieden zijn vaak nog onbebouwde percelen in gebruik als weiland of moestuin. Op enkele plaatsen en met name langs kruisingen van belangrijke wegen komt verdichting voor. Naast wonen zijn er ook functies als detailhandel en ambachten te vinden. In sommige gevallen treffen we nog oude kerken en voorname boerderijen aan, zoals langs de Boveneindsestraat in Kesteren en de Pluimenburgsestraat in Dodewaard. Oorspronkelijke dorpsgebieden vormen waardevolle elementen in het huidige beeld van de gemeente. Ze vormen de historische context van veel objecten van cultuurhistorische waarde, zijn belangrijke schakels binnen het wegennetwerk en ondersteunen de oriëntatie binnen de gemeente.   Ambachtsstraat,Ochten,  dorpskern Liniestraat,Ochten,  historisch lint   H2  Historische dorpse bebouwingslinten (open, perceelsgewijze bebouwing) Langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen zijn vanuit de historische bebouwingskernen in de loop der tijd bebouwingslinten ontstaan. Ook ontstonden langs secundaire landwegen op strategische plekken bebouwing. Hien en Wely en de bebouwing langs de Tielsestraat zijn hier voorbeelden van. Veel bebouwingslinten bij de kernen zijn later omzoomd door nieuwe wijken, zoals de Nedereindsestraat in Kesteren. Vaak is de oorspronkelijke samenhang in het wegennet nog herkenbaar, maar soms zijn het slechts fragmenten in een nieuwe omgeving. Aan het beeld van deze routes is de ontstaansgeschiedenis van de gemeente binnen de oorspronkelijke landschappelijke omgeving af te lezen. H3  Gemengde bebouwing In historische kernen heeft in de loop der tijden een verdichting plaatsgevonden. Omdat deze verdichting een langere periode besloeg, zijn uiteenlopende stedenbouwkundige en architectonische principes toegepast. Het resultaat daarvan is een gevarieerd bebouwingsbeeld. Het centrum van Dodewaard heeft ook zo’n ontwikkeling doorgemaakt. Juist waar de centrumfunctie het grootst is, bij het plein met muziekkoepel en winkels rondom, is de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte van vrij recente datum (steegakker), waardoor er niet van een historisch centrum gesproken kan worden.Voor het dorpscentrum rondom het Dorpsplein (zijde voormalige rabobank) worden thans plannen ontwikkeld, waarbij publieke functies en wonen gecombineerd worden.   Dorpsplein, gemengde bebouwing Waalbandijk, dijkbebouwing   H5  Dijkbebouwing De gemeente Neder-Betuwe is rijkelijk bedeeld met dijken. Van oorsprong komt tegen of onder aan het dijklichaam bebouwing voor. Bebouwing die tegen het dijklichaam is gelegen bezit een bijzondere typologie die is afgestemd op de verlopende peilmaat. Helaas zijn er in deze gemeente vanwege de dijkverzwaring nog maar enkele dijkwoningen over. Kenmerkend voor dit gebied is de variatie in grootte, stijl en gerichtheid van de dijkpanden. Grote, voorname boerderijen worden afgewisseld door kleine arbeidershuisjes en statige huizen. Daartussen zijn boomgaarden, tuinen of kleine moestuinen te vinden. Langs de Rijnbanddijk bij Opheusden is dit alles goed te zien. Soms komt alleen de kap boven de kruin van de dijk uit en is de bebouwing volledig georiënteerd op de veldzijde. De laatste jaren zijn veel dijken langs de grote rivieren verhoogd en verlegd in het kader van de dijkverbetering, waardoor er ook panden verdwenen zijn. Dit wordt deels gecompenseerd door een ontwikkeling van nieuwe dijkbebouwing, zoals de woningen langs de dijk bij Ochten.   W4  Woonwijken in traditionele blokverkaveling In de jaren ’50, ’60 en ’70 en sporadisch voor de tweede wereldoorlog, zijn in de gemeente woongebieden gerealiseerd met een eenvoudig patroon van rechte straten met een symmetrisch straatprofiel en bomen op de trottoirs. De woningen zijn veelal in rijtjes van drie of meer gebouwd, afgewisseld met dubbele en vrijstaande woningen. De woningen van sommige straten doen door hun architectuur denken aan de tuindorpen van voor de Tweede Wereldoorlog. De woningen aan de Zelkweg in Dodewaard zijn hier een voorbeeld van. Kenmerkend zijn het blokvormig stratenpatroon en het straatgericht wonen. De straathoeken zijn open, waarbij de woningen veelal een duidelijk onderscheid hebben tussen voorgevel en zijgevel. Rust in het bebouwingsbeeld ontstaat door de eenvoudige hoofdmassa´s en zadeldaken. De herhaling van gelijkvormige koppen van bouwblokken geven een karakteristiek beeld naar zijstraten. Voor- en zijtuinen zijn gescheiden van de openbare ruimte door eenvoudige, lage erfafscheidingen. Onder andere in Opheusden is een grote wijkgebouwd volgens dit principe. Verstoringen van het bebouwingsbeeld kunnen zich met name voordoen bij hoekwoningen omdat aanbouwen, bijgebouwen en schuttingen in de zijtuinen vaak op gespannen voet staan met de stedenbouwkundige karakteristiek van de woonwijk.   W6  Forumbeweging (woonerven jaren ’70-’80) Als reactie op de blokverkaveling en de invloed van de “modernen”, die als te zakelijk en monotoon werden ervaren, ontstaat in de jaren ’70 de Forumbeweging, die aandacht vraagt voor de menselijke schaal en maat van nieuwe woongebieden. De woongebieden uit deze periode hebben een grillig stratenpatroon en weinig doorgaande wegen. De woningen zijn meestal geclusterd rondom woonerven waarbij de rijweg verspringt. Er zijn parkeerhavens en verspringende looproutes. De meeste woningen in deze gemeente staan in tegenstelling tot veel andere woonerfwijken in Nederland met de voorkant naar de straat gericht, vaak ook gescheiden door een kleine voortuin. De architectuur van de woningen is relatief ingetogen, waarbij soms erkers of aanbouwen aan de voorgevel toegepast zijn. De gevels zijn meest licht van kleur, met donkere dakpannen en verschillende kozijnkleuren. Dat er diversiteit in het beeld van de wijken is blijkt wel uit het verschillend karakter van de Lindelaan in Dodewaard, de Clematisstraat in Opheusden en de Tollenhof in Kesteren. De erfafscheidingen van deze woonwijken in de gemeente Neder-Betuwe bestaan gelukkig meestal uit groen of hagen. Door de stedenbouwkundige opzet van deze wijken kunnen schuttingen geplaatst worden om de privacy in de tuin te verhogen.   Ribesstraat, traditionele blokverkaveling Gasthuisstraat, woonerf   W7  Thematische inbreidingen (vanaf jaren ’90) Deze nieuwe woongebieden worden gebouwd binnen bestaande kernen. Ze zijn marktconform gebouwd met een uitgesproken architectuur. In de verkavelingsopzet wordt gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Enkele inbreidingen in historische dorpsgebieden zijn als hofjes op binnengebieden ontwikkeld. In de gemeente Neder-Betuwe komt zo’n gebied voor in Ochten ten zuiden van de Liniestraat, terwijl in het centrum bij de Bagijnestraat een inbreiding in uitvoering is. W8  Thematische uitbreidingswijken (metaforen – vanaf jaren ’90) Als reactie op de naoorlogse architectuur en stedenbouw vindt eind jaren ’80 een omslag plaats in het ontwerp van nieuwe woongebieden. Ook de veranderende volkshuisvestingsopgave is hierop van invloed. De woningnood is achter de rug en er wordt meer marktconform gebouwd. De nieuwe woongebieden krijgen een duidelijke imago mee dat onder meer naar voren komt in een uitgesproken architectuur. Soms wordt teruggegrepen op architectuurstijlen uit het verleden. Er ontstaan buurten met geheel verschillende architectuur, bijvoorbeeld van neo-traditioneel (jaren 30-stijl) tot neo-modern (kubistische, staal, beton, glas). Bij de ontwikkeling van deze gebieden wordt veel aandacht besteed aan de architectonisch /stedenbouwkundige uitstraling. Per blok, straat of buurt komen vaak meerdere typen woningen voor, hetgeen ook goed waarneembaar is in Westeinde en Keetjesbongerd in Kesteren. In de verkavelingsopzet wordt in tegenstelling tot de wijken uit voorgaande decennia weer gestreefd naar een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Er worden weer echte woonstraten en bouwblokken gemaakt, waarbij de voorzijde is gericht naar de straat en in de binnengebieden aan de achterzijde de private achtertuinen zijn gelegen. W9  Individuele woningbouw (vrije sector) West einde, Kesteren, recente uitbreiding Zwijning,Ochten, individuele woningbouw   Individuele woningbouw bestaat veelal uit vrijstaande, gevarieerde woningen. De straten en buurten hebben een groen en vaak dorps karakter. In de loop der jaren zijn de invloeden van diverse stedenbouwkundige stromingen ook in de vrije sectorwijken ingebracht. Deze wijken liggen in de gemeente Neder-Betuwe aan de rand van de kernen. De straten zijn deels smal en geknikt met korte zijstraatjes en loopstroken in plaats van echte trottoirs. Een voorbeeld hiervan is Groenendaal in Kesteren en de Zwijning in Ochten. Het openbaar groen bestaat uit heestervakken met straatbomen. De woningen zijn veelal individueel ontworpen en hebben daardoor een eigen en herkenbaar gezicht. Ze bestaan meest uit één of twee bouwlagen met kap, waarbij de kapvorm en kleur varieert. Wel hebben in deze gemeente de meeste vrije sectorwoningen  een lichte gevelkleur. De laatste jaren wordt in de vrije sectorgebieden veel aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit onder andere in de vorm van beeldkwaliteitplannen.   B1 Industrieterrein Industrieterreinen zijn grootschalige terreinen waarvan het karakter samenhangt met het grote ruimtebeslag van de vestigingen. Het uiterlijk van de industriële bebouwing met schoorstenen, opslagtanks en installaties wordt vooral door het productieproces bepaald. Grootschalige bedrijven worden vanwege geluid, stank of gevaar doorgaans ingedeeld in de hoogste milieucategorieën en worden om die reden op relatief grote afstand tot woningbouw gesitueerd. Vaak grenzen industrieterreinen aan belangrijke (snel)wegen, spoorlijnen of kanalen. Door de min of meer zelfstandige ligging en markante bebouwing vormen industrieterreinen vaak een scherp contrast met het omliggende landschap. B2  Bedrijventerrein Bedrijventerreinen zijn er in veel vormen en maten. Van oorsprong kwam bedrijvigheid voor langs ontsluitingen over het water, getuige de steenfabrieken en de scheepswerven, Bedrijventerrein, de Heuning, Ijzendoorn Panhuizerweg, Kesteren, bedrijventerrein en het spoor. Hiervan is ´t Panhuis bij Kesteren een fraai voorbeeld. Later werd veel bedrijvigheid ontwikkeld langs provinciale en rijkswegen, zoals in Dodewaard te zien is. De laatste jaren is veel zorg en aandacht besteedt aan de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen. De vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte en de bedrijfspercelen wordt in nieuwe plannen geregisseerd door middel van beeldkwaliteitplannen. Bij de oudere terreinen is de variatie in architectuur en kleur van de panden groter. G1  Parken, groengebieden en sportcomplexen In de gemeente Neder-Betuwe komen niet zoveel parken voor. De parken zijn meest smallere groenstroken van gras met bomen tussen wijken of buurten. Het groengebied in Kesteren rondom de oude Rijnbandijk is het meest duidelijk als park ingericht. De begraafplaatsen nemen een belangrijke plaats in de kernen in. Ze zijn alle verbonden met de oude structuurwegen. Sportcomplexen zijn van oudsher aan de randen van kernen gelegen. Door uitbreidingen kunnen ze binnen de bebouwing komen te liggen, zoals het tennispark in Kesteren. Bij de sportparken is bebouwing aanwezig in de vorm van kantines met kleedlokalen en tribunes. G2  Buitenplaatsen, landgoederen De gemeente Neder-Betuwe kent één voormalig landgoed en dat is Kasteel De Wijenburg in Echteld. Alle overige kastelen en landhuizen zijn inmiddels al lang verdwenen. Voor dit kasteel en het omringende park, dat nu eigendom is van de Stichting Geldersche Kasteelen, is de monumentenwet van toepassing. Deze stelt hoge eisen aan wijziging en onderhoud van de bebouwing. Bij de welstandsbeoordeling met betrekking tot beschermde buitenplaatsen en landgoederen wordt in principe uitgegaan van een zorgvuldige omgang met de historische waarde van de bebouwing. G3  Boerenerven – agrarisch buitengebied In dit rivierenlandschap zijn de oudere erven meest te vinden op de overgang van de hogere met de lager gelegen komgronden en langs de dijken. Het zijn clusters van relatief forse bouwmassa’s; onregelmatig ten opzichte van elkaar geplaatst. Veel oude erven zijn daarnaast belangrijke schakels in de landschappelijke structuur. De oude gebouwen vormen een waardevol en cultuurhistorisch erfgoed. In de gemeente Neder-Betuwe zijn talloze prachtige voorbeelden van oude erven te zien, bijvoorbeeld langs de Waalbandijk bij Dodewaard en de Welysestraat in Hien. De “jongere” erven liggen langs een weg. Meestal is het voorhuis naar de weg gekeerd en liggen daarachter de schuren in een rechthoekig patroon. Sommige erven maken deel uit van een bebouwingslint. De woningen van de jongere bedrijven zijn vaak een stuk kleiner dan de kloeke oudere boerderijen. Ze bestaan vaak uit een rechthoekige vorm van één verdieping met kap. De laatste jaren vindt er een ingrijpende schaalvergroting plaats in de agrarische bebouwing. De oudere, bakstenen schuren maken plaats voor grote damwand loodsen. Het is een uitdaging om te zoeken naar een goede verhouding met de van oudsher aanwezige bebouwing en de schaal van het landschap. De verschuiving van fruitbedrijven en weiden naar boomkwekerijen en de bundeling van distributiecentra in de regio brengt ook een verandering van de agrarische bebouwing met zich mee. Ook vindt er op voormalige boerenerven een functieverschuiving plaats naar wonen en andersoortige bedrijvigheid. De oorspronkelijke karakteristiek van de erven staat hierdoor soms onder druk. G4  Natuurgebieden De uiterwaarden van de gemeente Neder-Betuwe zijn alle als natuurgebied aangemerkt. Het is een open door de rivier bepaald landschap met graslanden, water en natuurlijke beplanting, waar veel dieren hun woongebied hebben gevonden. Binnendijks is het Dodewaardse veld een waardevol weidevogelgebied. De wielen en de drie passen bij Dodewaard (Panhove, Rozenpas, de Hoezel) zijn eveneens van belang. Alleen bij de wielen komt bebouwing voor. G5  Recreatieparken en vakantiewoningen Vlakbij Ochten ligt resort Rivierendal, een groot complex stacaravans en chalets. Voorts zijn er nog enkele campings annex recreatieparken te vinden één ten westen en twee ten oosten van Kesteren. 3.2.3. Landelijk gebied Ten aanzien van bebouwing in het landelijk gebied wordt gesteld dat een van oudsher bestaande woonfunctie - zoals villa- en landgoedbewoning, voormalige arbeiderswoningen (van landbouw of industriële origine), verspreid of in kleinschalige complexen, voormalige boerderijen en vele andere vormen van verspreide bewoning-  als passend in het landelijk gebied wordt beschouwd. Nieuw vestiging van niet-agrarische bedrijven in het landelijk gebied is niet mogelijk, hooguit als het over kleinschalig hergebruik gaat. Voor functies die niet direct aan het landelijk gebied zijn gebonden, maar die niet thuishoren in het stedelijk gebied, zoals maneges, tuincentra, dierenasiels en dergelijke, dienen op gemeentelijk niveau locaties gezocht te worden. Het hergebruik van bestaande bebouwing is slechts onder voorwaarden toegestaan. Zo dient het hergebruik te passen in het beleid en dient rekening gehouden te worden met de belangen van landbouw, landschap, natuur en cultuurhistorie. Verder mag de milieubelasting voor de omgeving niet toenemen en mag er geen sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Een uitbreiding van bestaande bebouwing is in geval van hergebruik niet toegestaan. Het ruimtelijk beleid voor het landelijk gebied van de gemeente Neder-Betuwe is verwoord in de  nieuwe structuurvisie buitengebied en de verschillende bestemmingsplannen Buitengebied. De omschrijving van het ruimtelijk beleid van het buitengebied Kesteren en Opheusden zal aansluiten op die van Dodewaard en Echteld. Enkele punten die van belang zijn voor het landelijk gebied: • Het streven is het landelijk gebied ook in de toekomst landelijk en agrarisch te houden. • Nieuw vestiging van niet-grondgebonden bedrijven wordt niet wenselijk geacht. • Agrarische nevenactiviteiten zullen mogelijk moeten blijven. • Het streven is de LNC-waarden voor de toekomst te behouden en waar mogelijk te herstellen en te ontwikkelen, ook voor het oeverwallen- en komgebied. Dit in samenhang met een voortzetting van het agrarisch gebruik. Landschapsontwikkelingsplan In het landschapsontwikkelingsplan (september 2009) wordt de visie verwoord ten aanzien van het gemeentelijke landschap en worden er ontwikkelingen en aanbevelingen gegeven hoe het landschap te optimaliseren. Voor wat betreft de visie zijn de hoofdpunten: • De Linge als nieuwe landschappelijke structuurdrager. • De kernen en het landelijk gebied verknopen. • Nieuwe kwaliteiten toevoegen aan het dynamisch middengebied. • Heldere keuzes in de kommen. • Waaien (wielen) als dragers van de geschiedenis. • Kleinschalige diversiteit oeverwallen behouden. • Eigenheid van de uiterwaarden behouden. Samenvattend gemeentelijk beleid Het beleid van de gemeente is er op gericht het komgebied open te houden. Om weiden in boomkwekerijen om te zetten, is een aanlegvergunning nodig. In het buitengebied is alleen nieuwe bebouwing toegestaan bij bestaande agrarische bedrijven, met hooguit een enkele uitbreiding in de agrarische sector. Woningen en bijgebouwen dienen geclusterd te worden, waarbij de bijgebouwen maximaal 20 meter van het hoofdgebouw af mogen staan. Verstedelijking wordt zo min mogelijk gestimuleerd. Kernen Voor alle kernen van de gemeente Neder-Betuwe zijn nieuwe bestemmingsplannen in ontwikkeling. De informatie uit deze plannen is toegepast in dit rapport. Het voert te ver om de specifieke beleidspunten uit deze plannen hier uit te duiden. De informatie die in de bestemmingsplannen gegeven wordt, kan in de betreffende rapporten opgezocht worden. (klik voor een groter beeld) 3.2.4. De zorg voor ruimtelijke kwaliteit kan worden gezien als een verantwoordelijkheid van gemeente en burgers samen. De gemeente zal haar aandacht bij de uitvoering van haar welstandsbeleid primair richten op gebieden, structuren en onderwerpen die bepalend zijn voor de kwaliteit en de karakteristiek van de gemeente als geheel. Zo zal de gemeente veel aandacht besteden aan de dijkbebouwing en de historische dorpscentra, hetgeen resulteert in een zwaardere welstandstoets voor deze gebieden. In andere gebieden zal de gemeente zich minder als beeldregisseur opstellen, hetgeen zich vertaalt in een soepele welstandstoets. Elk gebied krijgt straks een “welstandsniveau” toebedeeld. Dit geeft aan in welke mate de gemeente welstand inzet in een bepaald gebied. Ook kan een welstandsniveau gelden voor een bepaalde groep van bouwwerken of een ruimtelijke structuur. Een ontwikkelingsgebied kan als men dat wenst tijdelijk een ander welstandsniveau krijgen toebedeeld. Het welstandsbeleid kent in de gemeente Neder-Betuwe vier welstandsniveaus. Welstandsniveau 1  zware toetsing Welstandsniveau 2  reguliere toetsing Welstandsniveau 3  soepele toetsing Welstandsniveau 4  welstandsvrij Welstandsniveau 1 zware toetsing Dit welstandsniveau wordt door de gemeente toegekend aan structuren, gebieden en objecten, die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld van de dorpen en het landschap. Ook gebieden met bijzondere cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige karakteristieken kunnen niveau 1 krijgen. Dit welstandsniveau kan verder worden toegekend aan ontwikkelingsgebieden en reconstructiegebieden; daar waar nieuwe kwaliteit moet ontstaan. Bovendien worden nieuw te ontwikkelen plannen met een beeldkwaliteitplan onderbouwd. In de gemeente Neder-Betuwe vallen de volgende gebieden onder welstandsniveau 1: • historisch dorpsgebieden van Kesteren, Opheusden en Echteld; • De kern van Ochten; • de historische bebouwingslinten van de grotere kernen en Hien en Wely ; • de historische bebouwingslinten in het buitengebied; • ontwikkelingsgebieden, waaronder het toekomstig woon/werkgebied aan de zuidrand van Kesteren; • Het park langs de Rijnbandijk in Kesteren en de begraafplaatsen; • gemeentelijke en Rijksmonumenten en de directe omgeving daarvan; • Kasteel de Wijenburg en omgeving; • toekomstig beschermd dorpsgezicht bij de Boveneindsestraat ten noord-oosten van Kesteren; • Buurtschappen, zoals Pottum en Eldik; • beeldbepalende plekken in de kernen of het buitengebied, zoals de kerken, het oude gemeentehuis van Opheusden of fraaie boerderijgroepen; • cultuurhistorisch waardevolle gebieden, waaronder het gebied ten westen van Dodewaard en de Nieuwe dijk; • natuurgebieden, bijvoorbeeld de buitendijkse uiterwaarden en de wielen; • de dijken met hun bebouwing; • infrastructurele lijnen die belangrijk zijn voor de hoofdstructuur van de gemeente, zoals de Tielsestraat die Kesteren met Opheusden verbindt en de Wijenburgsestraat/Keizerstraat/Heuningstraat tussen Echteld, IJzendoorn en Ochten, die haar vervolg heeft in de Bonengraafseweg richting Dodewaard. Hiertoe behoren ook de spoorlijn en de A15. • De Linge. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied of object. In beheersituaties gebeurt dit vooral via regels en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties het accent ligt op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit. Voor alle vergunningsplichtige plannen wordt advies gevraagd aan de welstandscommissie. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de inpassing in de omgeving, het bouwplan op zichzelf en de detaillering en materialisering ervan. Welstandsniveau 2 reguliere toetsing Hieronder vallen gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente geen topprioriteit hebben, maar waar wel aanleiding is om alert te blijven op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. In de gemeente Neder-Betuwe gaat het om de volgende gebieden: • de kern van IJzendoorn en het centrumgebied van Opheusden; • de woonwijken in traditionele blokverkaveling van de grote kernen; • de thematische in- en uitbreidingswijken van de grotere kernen; • De bijzondere bebouwing zoals scholen en openbare voorzieningen; • de grote bedrijventerreinen en de te ontmantelen kerncentrale bij Dodewaard; • een deel van de randen van de dorpen die niet onder welstandsniveau 1 vallen en niet door beplanting zijn afgeschermd; • verdichte woonbebouwing langs de overige wegen en de buurtschappen in het buitengebied; • de recreatiewoningen van Lingemeer; • campings en sportvelden; • het gehele agrarisch buitengebied. Beleid De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. Welstandsniveau 3 soepele toetsing De gemeente kan besluiten in bepaalde gebieden bouwplannen alleen op hoofdlijnen te laten toetsen door de welstandscommissie en de verantwoordelijkheid voor kleinschalige invullingen en detailleringen hoofdzakelijk bij bewoners en eigenaren te leggen. Een stimuleringsbeleid kan dan gevoerd worden om burgers aan te sporen mee te bouwen aan de ruimtelijke kwaliteit van hun woonomgeving. Ook gebieden die beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen, kunnen onder niveau 3 vallen. In de gemeente Neder-Betuwe zijn dit de volgende gebieden: • de overige woonbebouwing van de kleine kernen Echteld, IJzendoorn en Wely; • alle andere woongebieden van Kesteren, Opheusden, Ochten en Dodewaard, zoals de woonerven en de individuele woningbouw; • het bedrijventerrein Broekdijk ten zuiden van Kesteren. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden per type gebied benoemd en vertaald in welstandscriteria. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Streven is zoveel mogelijk plannen middels de sneltoetscriteria door de bouw- en woningtoezichtambtenaar af te laten handelen. Voor die plannen waar dat niet mogelijk is zal de rayonarchitect c.q. de welstandscommissie het plan beoordelen. Welstandsniveau 4 welstandsvrij Bij dit welstandsniveau wordt er niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Dit welstandsniveau is op dit moment nog maar aan een gebied in de gemeente Neder-Betuwe toegekend. Het gaat hierbij om het binnengebied van Herenland fase 3 (Nannenbergstraat) in Opheusden. Het ligt in de bedoeling van de gemeenteraad om in de toekomst meer welstandsvrije gebieden mogelijk te maken in nieuw te ontwikkelen woongebieden. Met name woningbouwontwikkelingen met ruime kavels, waar op zichzelf staande ontwerpen goed tot hun recht kunnen komen, komen in aanmerking voor welstandsvrij bouwen. Besluitvorming hierover zal gelijktijdig met de bestemmingsplanherzieningen te zijner tijd plaatsvinden.   Kerkstraat, dorpskern Stationsstraat, dorpskern Stationsstraat, dorpskern Nedereindsestraat, nieuw centrum Boveneindsestraat, boerderijen Spoorstraat, station 3.2.5. Kesteren Beschrijving van de ruimtelijke karakteristiek Kesteren is een typisch rivierendorp, ontstaan op de oeverwal langs de Rijn. De dijk en de oudste wegen zijn nog goed zichtbaar in de dorpsstructuur, door hun loop en de gevarieerde bebouwing die erlangs gelegen is. De historische dorpskern bestaat uit een gebogen wegenpatroon met veel richtingveranderingen die de kern een intiem karakter geven. De bebouwing varieert sterk in beeld, grootte en dakrichting. De richting ten opzichte van elkaar, maar ook de afstand tot de weg is sterk wisselend, hetgeen de gevarieerdheid nog vergroot. Winkels staan verspreid tussen de woonbebouwing. De kerk op de hoek van de Kerkstraat en de Rijnbandijk ligt op een prominente plek in het centrum, waar voorts ook enkele imposante panden opvallen. Rond de Nedereindsestraat is een nieuw centrum verrezen. Daar hebben openbare dorpsvoorzieningen een plaats gekregen rondom een verbreding van de weg die als dorpsplein functioneert. Het relict van de Rijnbandijk is nu als park in het dorp opgenomen. De oude begraafplaats aan de Nedereindsestraat vormt ook een groengebied van formaat in de kern. De open ruimtes tussen het oude wegenpatroon zijn vanaf 1945 geleidelijk aan opgevuld met bebouwing. Dat is evenwichtig gebeurd, waarbij de karakteristieken uit de bouwtijd afleesbaar zijn. Tot kort geleden vormden de belangrijke ontsluitingswegen samen met de spoorlijn de begrenzing van Kesteren. Recentelijk is het dorp ook ten westen van de N233 uitgebreid. Tussen de spoorlijn en de Broekdijk is voor de toekomst een groot ontwikkelingsgebied gepland waar woningen en werkpanden zullen verrijzen. Ook het veilingterrein zal heringericht worden. De spoorlijn is zeer belangrijk geweest voor de bedrijfsontwikkeling van Kesteren. Het omvangrijke bedrijventerrein aan de oostzijde van het dorp vindt hierin zijn oorsprong. Daar waar de spoorlijnen van elkaar wijken staat een monumentaal stationsgebouw. Langs de Broekdijk is een klein bedrijventerrein met een diversiteit in uitstraling van de gebouwen en bedrijfswoningen. Ten noorden van de Betuwestraat geeft een wijkje uit de jaren vijftig met aangrenzend sportveldencomplex een bijzonder accent aan het agrarisch gebied. Momenteel wordt er nagedacht over het invullen van het gebied tussen dit wijkje en de Betuwestraatweg. In de hoek van de N233, de Fruitstraat en woonbuurten is een woonwagenterrein gelegen.   (klik voor een grotere afbeelding)   (klik voor een grotere afbeelding)   (klik voor een grotere afbeelding) Opheusden Beschrijving van de ruimtelijke karakteristiek Ook Opheusden is van oorsprong een rivierdorp. Het Veerhuis en Veerstoep getuigen nog van die verbondenheid. De kronkelende Rijnbandijk met zijn afwisselende dijkbebouwing en uitzichten op de rivier en het dorp is de kapstok voor de rest van het dorp. De diverse bebouwing van grote boerderijen, landarbeidershuisjes en burgerwoningen is vaak in clusters bij elkaar gegroepeerd met  tuinen, moestuinen en boomgaarden ertussen die voor afwisseling zorgen. De Hamsestraat is een historisch bebouwingslint waar ook de afwisseling in open en dicht en variatie in bebouwing te ervaren is. De Dorpsstraat, Burgemeester  Lodderstraat en Dalwagenseweg zijn de centrale wegen in het dorp, waarvan uit de rest van de dorpsbebouwing zich heeft ontwikkeld. De bebouwing langs deze centrale wegen is meest na-oorlogs, met enkele oude panden. Over het algemeen zijn het vrijstaande of twee-onder-een-kap woningen met enkele oude panden daartussen. De bebouwing staat meest evenwijdig aan de rechte straten. In de kern worden woningen afgewisseld met verspreide winkels en andere voorzieningen. De kerken zijn prominent aanwezig in het dorp. Opvallend in Opheusden zijn de grote, markante gebouwen aan het eind van zichtlijnen. Het centrum van dit dorp kent meerdere karakteristieke laanbeplantingen. De groene ruimte voor het gemeentehuis en de beplanting van de begraafplaats aan de Dalwagenseweg zijn de belangrijkste groenplekken in Opheusden. Het dorp heeft zich voornamelijk naar het zuiden uitgebreid, eerst met een forse woonwijk met rechte straten en rijtjeshuizen, daarna een grote wijk uit de woonerventijd. Nu vindt aan de westkant van Opheusdeneen grote uitbreiding in de vorm van een nieuwe woonwijk (Herenland) plaats. Het dorp wordt in het zuiden door de spoorlijn begrensd. Hier bevindt zich ook de belangrijkste toegang tot het dorp en de verbinding met de snelweg A15. Dit punt wordt nu gemarkeerd door het station. Opheusden is van oudsher een belangrijk laanbomencentrum. Het dorp wordt dan ook omgeven door laanbomenkwekerijen die Opheusden een bijzonder karakter geven. Rijnbandijk, dijkbebouwing Hamsestraat, historisch lint Hamsestraat, historisch lint Dalwagenseweg, dorpskern Dorpsstraat, dorpskern Meidoornstraat Ooievaarsstraat, dorpskern Clematisstraat, woonerfbebouwing   (klik voor groter afbeelding)   (klik voor groter afbeelding)     Echteld Echteld is niet vanuit de rivier ontwikkeld, maar dankt zijn ontstaan aan kasteel Wijenburg. Dit kasteel met zijn slotgracht en omzomende beplanting vormt met de kerk, een groot oud restaurant en een imposant historisch woongebouw een markante plek bij een kruising van wegen. En van die wegen is de karakteristieke Voorstraat met zijn licht gebogen verloop, linden en mooie panden die vroeger bij het kasteel hoorden. De Achterstraat is ook een oud heel open bebouwingslint dat pas veel later verdicht is met woningen. Hier bevindt zich de slagerswinkel van Echteld. De Ooisestraat en Wijenburgsestraat vormen de verbinding met het buitengebied. Hier vandaan zijn er fraaie uitzichten op de boomgaarden die het dorp omzomen en het overige agrarische gebied. Tussen de Voorstraat en de Achterstraat is de eerste uitbreidingswijk verrezen, dat in de jaren zeventig  vervolg kreeg door de Ommersteinsestraat, een buurt met een woonerfkarakter. Het meest recent is een deel met vrijstaande individuele woningen dat zich naar het noordwesten uitbreid. In deze richting ligt ook de kruising van de N323 en de spoorlijn die het dorp begrenzen. Dahliastraat, traditionele blokverkaveling Achterstraat, traditionele blokverkaveling Kasteel de Wijenburg Voorstraat, kerk, historisch lint Voorstraat, restaurant, historisch lint Voorstraat, historisch lint   IJzendoorn IJzendoorn is ontstaan langs de Dorpsstraat, een dwarsverbinding tussen de Waalbandijk en de Keizerstraat. De gevarieerde lintbebouwing langs deze straten getuigt hiervan. Het dorp ligt aan de voet van de dijk en is niet door dijkbebouwing ermee verbonden. Ook de Lappenafweg is een oude verbindingsweg. Oude bomen, boomgaarden en uitzichten op het landschap wisselen de gevarieerde bebouwing af. De kerk met zijn grote groene ruimte die omgeven is door andere imposante bebouwing vormt het hart van het dorp. Aan weerszijden van de Dorpsstraat zijn de twee nieuwe wijken verrezen. Deze bestaan uit woonerfhoven. Aan de westkant van IJzendoorn is een nieuwe uitbreiding gepland. Een stuk oostelijker, gescheiden door een agrarisch gebied ligt het omvangrijk bedrijventerrein de Heuning. De gebouwen zijn heel gevarieerd in stijl, grootte, materiaalgebruik en kleur. Ertussen staan ook bedrijfswoningen die het gevarieerde karakter nog verhogen. Dorpsstraat, “centrum” Dorpsstraat, “centrum” Waalbandijk, kerk Dorpsstraat, historisch lint   Ochten Ochten ligt direct aan de Waalbandijk en is ontstaan bij een goed oversteekbare plaats van de Waal. Overstromingen, maar zeker de Tweede Wereldoorlog hebben de bebouwing van de kern grotendeels verwoest. In het centrum van Ochten staan relatief weinig oude panden. De oude wegenstructuur is echter bij de wederopbouw nog goed intact gebleven en er zijn woningen verrezen die door hun uitstraling en variatie toch de sfeer van een oude kern hebben kunnen vatten. Hoogtepunt van de kern is het voormalige gemeentehuis met plein en muziekkoepel. Deze zijn gelegen aan de Molendam, een straat waar ook de kerk een belangrijk markeringspunt is en waar de meeste winkels te vinden zijn. De woningen in het centrum zijn meest vrijstaand of twee-onder-een-kap. Voor de winkels zijn deze panden vaak uitgebouwd. De historische wegen in het noordelijk deel van de kern worden begeleid door fraaie bomen en bomenrijen die sfeer en karakter geven. Het centrum wordt omgeven door de Waalbandijk en de 44 R.I. Straat/Liniestraat, beide historische verbindingen met spaarzame gevarieerde oude bebouwing. De laatstgenoemde straat is wel geleidelijk verdicht met andere individuele woningen, waardoor een zeer afwisselend bebouwingsbeeld is ontstaan met diversiteit in de panden, hun richtingen en ligging ten opzichte van de rooilijn. Westelijk ligt de nieuwere Cuneraweg, die eerst alleen de oude kern begrensde, maar in de nabije toekomst heel Ochten vanwege een groot gepland ontwikkelingsgebied noordelijk, Triangel, van het centrum tussen de Cuneraweg en de vroegere uitbreidingswijken van Ochten. Ook hier is de tijd van ontstaan van de wijken aan de stedenbouwkundige structuur en de aard van de woningen af te lezen. Er is een grote wijk met rijtjeswoningen en rechte straten uit de jaren zestig/begin zeventig, een deel met woonerfkarakter uit de jaren zeventig/begin tachtig, een thematische uitbreidingswijkje uit de jaren negentig  en een strook met  vrijstaande woningen die een schil  rond de noordrand van het dorp vormt. Typerend voor heel Ochten is het in alle straten voorkomen van veel verkeersremmende maatregelen. Meest in de vorm van bloembakken, obstakels en rijstrookveranderingen, ongeacht de tijd van ontstaan van de wijk, het stedenbouwkundig karakter en de aard van de begeleidende bebouwing. De begraafplaats aan de oostzijde van het dorp is een markante dichte groene plek in een vrij open agrarisch landschap.   Molendam, dorpskern, kerk Molendam, dorpskern Molendam, dorpskern, voormalig gemeentehuis Eikenlaan, traditionele blokverkaveling De Hoef, recente woningbouw Pruimegaard, woonerf     Dodewaard Dodewaard grenst aan de Waalbandijk en is een dorp van het rivierengebied. In het zuidelijk deel van de kern is de dijk dominant. Langs dit deel van de dijk zijn veel mooie gebouwen bewaard gebleven. Hier staan ook de kerken die voor het dorp belangrijk zijn. Dodewaard heeft zich ontwikkeld langs de Dalwagen, de weg van de Waalbandijk naar Opheusden. Hierlangs staan aan de voet van de dijk enkele van de mooiste panden van het dorp. Het oude gemeentehuis omgeven door een parktuin en een vijver –waarschijnlijk een overblijfsel van een vroegere slotgracht- is gelegen aan de historische Pluimenburgsestraat. Voorts kent Dodewaard geen historisch centrum. De meeste bebouwing is van na de Tweede Wereldoorlog, gebouwd aan vrij rechte straten. De kern van het dorp wordt gevormd door een zeer groot plein met een moderne muziektent en enkele winkels eromheen. De bebouwing van het dorp bestaat meest uit twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen, op een zelfde rooilijn met de nok evenwijdig  aan de weg. De Kalkestraat is een historisch bebouwingslint met een gebogen stratenpatroon en variatie in bebouwing en tussen open en dichtheid. Er zijn verschillende woonwijken tussen de historische linten gebouwd, waarvan het overgrote deel bestaat uit rechte straten met rijtjeswoningen. Ten noorden van Dodewaard is een groot bedrijventerrein, waarvan de tijd van ontstaan af te lezen is aan de aard van de gebouwen. Bij Dodewaard hoort ook de Kerkstraat, een historisch lint waaraan een buurtschap gelegen is. Voorts is een deel van het agrarisch cultuurlandschap tussen de Kalkestraat en de Waalbandijk als cultuurhistorisch waardevol gebied.   Pluimenburgsestraat, historisch lint Fruitstraat, traditionele blokverkaveling Lindelaan, woonerf Dalwagen, historisch lint Brederode, recente bebouwing Goudreinet, individuele woningbouw Bonegraafseweg, bedrijventerrein Pluimenburgsestraat, voormalig gemeentehuis     Hien en Wely Aan de voet van de Waalbandijk ten oosten van de Kerkstraat bevindt zich het centrum van Hien, een kerk met grasplein omgeven door enkele mooie panden. De overige bebouwing van Hien zet zich als wegdorp door langs de Welysestraat in de vorm van vrijstaande boerderijen omgeven door openheid en van elkaar variërend in stijl en grootte. Boomgaarden en monumentale bomen maken de sfeer compleet. Verder naar het oosten ligt Wely met kleinere woningen langs dezelfde weg en bebouwing aan weerszijden van de Molenhofstraat. Via deze straat en de Waalbandijk wordt de kerncentrale ontsloten. Deze centrale is gelegen in het open rivierenlandschap, omgeven door water. Het groente- en fruitverwerkingsbedrijf ten noorden van de centrale blijft bestaan. Waalbandijk, Hien, beeldbepalende plek Waalbandijk, Hien, beeldbepalende plek Welysestraat, Hien Welysestraat, Wely   Eldik Eldik is een klein, agrarisch buurtschap aan de voet van de Waalbandijk. In en rond de kern liggen fraaie wielen met boomgroepen, die het buitengebied met de kern verweven. Ook de boomgaarden en doorkijken tussen de gebouwen dragen daartoe bij. Eldik bestaat uit een gebogen historisch lint en een enkele smalle straat die de Waalbandijk met de Bonegraafseweg verbindt. De verspreide bebouwing langs deze smalle wegen bestaat uit mooie, historische boerderijen die dicht op de weg staan, aangevuld met enkele nieuwere woningen. Boomgaarden, tuinen en bermen vervolmaken het lieflijke, groene beeld van Eldik. Vissteegse afweg, historisch lint met boerderij Vissteegse afweg Wiel langs oude dijk     Pottum Pottum is een historisch lint in het buitengebied, waar aan de zuidzijde van de Pottumsestraat een verdichting heeft plaatsgevonden van vrijstaande woningen. Aan de noordzijde bevindt zich één grote boerderij met bijgebouwen. De smalle asfaltweg wordt begeleid door brede grasbermen met bomen. Voor een deel zijn dit prachtige hoogstam fruitbomen. De doorzichten tussen de woningen, het vrije uitzicht aan de noordzijde en het agrarisch grondgebruik tot aan de weg zorgen voor een goed contact tussen Pottum en het omringende agrarische buitengebied. De meeste panden staan dicht op de weg, maar door de voortuinen wordt het groene beeld toch goed gecontinueerd.   Pottumsestraat Pottumsestraat Pottumsestraat

Rechtspraak bij dit artikel