Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Heffingsgrondslagen

Onderdeel van Verordening binnenhavengeld 1995

1.. De grondslagen voor de berekening van het binnenhavengeld zijn: het laadvermogen van het schip uitgedrukt in tonnen; de oppervlakte van het schip uitgedrukt in vierkante meters; de lengte van het schip uitgedrukt in meters, zoals deze gegevens blijken uit de meetbrief. 2.. In de bij deze verordening behorende tarieventabel is per soort binnenschip aangegeven welke maatstaf van heffing van toepassing is. 3.. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag: wordt een gedeelte van eenheid van laadvermogen, oppervlakte of lengte niet in aanmerking genomen; worden het laadvermogen, de oppervlakte en de lengte van een schip gesteld op de gegevens zoals die, blijken uit de meetbrief, of ambtshalve vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd; wordt het te betalen bedrag aan binnenhavengeld gesteld op minimaal het bedrag zoals dat in de tarieventabel wordt vermeld en worden de bedragen daarboven naar beneden afgerond op hele guldens.

Rechtspraak bij dit artikel