De commissievoorzitter en kamervoorzitters zijn belast met:
het leiden van een plenaire vergadering respectievelijk de onderdeelvergaderingen;
het handhaven van de orde van de vergadering;
het doen naleven van deze verordening;
hetgeen deze verordening hen verder opdraagt.
De leden voeren het woord na het van de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
De leden van het college, de ambtenaren en de personen in dienst van door de gemeente gesubsidieerde lichamen als bedoeld in artikel 15 voeren het woord na verkregen toestemming van de voorzitter dan wel op uitdrukkelijk verzoek van de voorzitter.
Zodra de voorzitter van oordeel is dat de beraadslaging over een onderwerp kan worden gesloten, doet hij daartoe een voorstel aan de adviescommissie met inbegrip van een conclusie.
De voorzitter formuleert zo nodig de vraagpunten waarover de vergadering moet beslissen.
De voorzitter doet mededeling van de uitslag van de stemming als bedoeld in artikel 23.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen en indien na heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening regelende de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de vaste adviescommissie van de raad