De zittingsperiode van een lid, eindigt in ieder geval aan het
einde van de zittingsperiode van de raad.
Een raadslid houdt op lid te zijn van de raadscommissie op het
moment dat zijn lidmaatschap van de raad eindigt.
Een burgerraadslid houdt op lid te zijn van de
raadscommissie:
indien hij niet meer voldoet aan de eisen als bedoeld in
de artikelen 10 en 13 van de Gemeentewet;
indien de raad hem ontslaat op voorstel van het college
wegens handelen in strijd met artikel 15 van de
Gemeentewet;
indien de raad hem ontslaat op voorstel van de fractie
op wiens voordracht hij is benoemd.
Een burgerraadslid kan te allen tijde ontslag
nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het
ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.
Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist
de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met
inachtneming van artikel 4 en 5.
Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
raad, vervalt het lidmaatschap van de burgerraadsleden die op
voordracht van die fractie zijn benoemd, van rechtswege.
De raad kan de voorzitter
ontslaan.