**1..** In het belang van de openbare orde, het voorkomen
of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van
aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid
van personen en goederen, de verkeersvrijheid of
veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het
college een gebied aanwijzen waar door
politie-ambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op
de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied,
gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden
gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
verwijderen.
**2..** Met het oog op de in het eerste lid genoemde
belangen kan:
de burgemeester aan de persoon aan wie
tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld
in het eerste lid, een verbod opleggen om zich
gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van
ten hoogste veertien dagen, anders dan in een
openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg
of plaats, die deel uitmaakt van een door het
college aangewezen gebied als bedoeld in het
eerste lid, gedurende de tijden daarbij
genoemd;
de burgemeester aan de persoon aan wie
eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd
een verbod opleggen om zich gedurende een in dat
verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes
maanden, anders dan in een openbaar middel van
vervoer, te bevinden op de wegof plaats, die deel
uitmaakt van een door het college aangewezen
gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de
uren daarbij genoemd.
**3..** De burgemeester beperkt het in het tweede lid,
onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde
termijn indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
is.
**4..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een
door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het
tweede lid, onder a en b.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.26
Handhaving bij diverse vormen van overlast
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008