Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt de vergunning
bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, geweigerd indien:
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
artikel 3.2.2 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
leefmilieuverordening;
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
in strijd met artikel 250a van het Wetboek van
Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, dan wel
de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3.2.6,
eerste lid, kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van
aantasting van het woon- en leefklimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of
goederen;
in het belang van de verkeersvrijheid of
-veiligheid;
in het belang van de gezondheid of
zedelijkheid;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de
prostituee;
niet voldaan is aan het gestelde in de nadere regels
als bedoeld in artikel 3.1.3.
Een vergunning kan tevens worden geweigerd in
het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in
artikel 3 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Voordat hier toepassing aan wordt gegeven kan het
bevoegde gezag het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur,
om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet
worden gevraagd.