Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 4.1.2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008

1.. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4.1.5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde gebieden in de gemeente. 4.. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5.. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6.. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op 5 meter uit de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 96 dB(C) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel van de inrichting op een hoogte van ± 1,5 meter. 8.. De geluidswaarde als bedoeld in het zesdeliden zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9.. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek (hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit) een half uur vóór de sluitingstijden, conform artikel 2.3.1.4 APV, te worden beëindigd. 10.. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid moeten ramen en deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of goederen. 11.. Op de collectieve dagen geldt de mogelijkheid om meer mechanisch of akoestisch muziekgeluid te mogen produceren alleen voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor het terras.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel