Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
Milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te
hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze
dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door de Wet geluidhinder, de Wet
milieubeheer, de Wegenverkeerswet 1994, de
Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de
Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en
verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit, de Wet
milieugevaarlijke stoffen en de Provinciale
Milieuverordening.
Het in het eerste lid
gestelde verbod geldt niet voor toestellen of
geluidsapparaten in het kader van de normale
agrarische bedrijfsvoering.
Het in het eerste lid
gestelde verbod geldt niet voor het rijden met een
geluidswagen mits voldaan wordt aan de volgende
voorwaarden:
met een geluidswagen mag slechts
gereden worden tussen 09:30 en 18:00 uur en niet
op zon- en feestdagen;
de geluidswagen mag niet onnodig
worden gestopt op of nabij kruispunten, ook mag
geen standplaats worden ingenomen met een in
werking zijnde
geluidsinstallatie;
geen geluid door middel van
geluidsinstallaties wordt voortgebracht nabij
kerken, scholen en
begraafplaatsen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4.1.5
Overige geluidhinder
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008