In deze afdeling wordt verstaan
onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas met een
dwarsdoorsnede van de stam van minimaal
20
centimeter op
1,3
meter hoogte boven het
maaiveld. Indien het betreft houtopstand in privaat
eigendom, geldt in afwijking van het in vorige zin
bepaalde voor loofbomen een dwarsdoorsnede van
20
centimeter en voor
naaldbomen een dwarsdoorsnede van
40
centimeter op
1,3
meter hoogte. In geval
van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de
dikste stam.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers,
of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel
uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere
(lint)begroeiing van heesters en struiken, een
beplanting van bosplantsoen, een struweel of een
heg, met een lengte van minimaal 25
meter.
monumentale boom: bijzondere beschermwaardige
houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met
een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde,
of een bijzondere functie voor de
omgeving.
kandelaberen:
(een boom) snoeien tot
op de hoofdtakken.
vellen: rooien, kappen, verplanten, het
snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het
wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, het
verrichten van handelingen, zowel boven- als
ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of
ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge
kunnen hebben.
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom
zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen
van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
Bomen.
bomen effect analyse: een standaard
beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of
aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke
richtlijnen van de
Bomenstichting.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008