Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 6

Artikel 4.6.2

Handelsreclame

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008

Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook die vanaf de weg zichtbaar is, indien de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht; ernstige hinder, overlast of gevaar voor de omgeving wordt veroorzaakt; de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving ontsierend is; overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak ontstaat. Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt niet voor onverlichte: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de het bevoegde bestuursorgaan; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en waarvan de langste zijde korter dan 1 meter is, die betrekking hebben op: - openbare verkoping of aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; - het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd. Opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben. Opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college; het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken en dezen opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel