Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verlening van de tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang gemeente Rijssen-Holten

Artikel 4 Beslistermijn Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 5 Inhoud van de beschikking Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: a. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; c. de naam van het kindercentrum of gastouderbureau en plaatsnaam waar de kinderopvang plaatsvindt; d. de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; g. de verplichtingen van de ouder. Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat naast het genoemde in lid 1 van dit artikel ook: a. de geldigheidsduur van de indicatie; b. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht. Artikel 6 Weigeringsgronden Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet. Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: a. de ouder en/of de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of b. de ouder en/of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onderdeel k of l van de wet. Artikel 7 Ingangsdatum van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de regel zoals deze in lid 1 en 2 van dit artikel wordt genoemd. Artikel 8 De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend Indien de kinderopvang wordt verleend in het kadervan re-integratie of inburgering, wordt de kinderopvang toegekend voor de periode van het traject. Indien er sprake is van een sociaal-medische indicatie wordt de tegemoetkoming toegekend voor de geldigheidsduur van de indicatie. Indien vooraf niet duidelijk is voor welke periode kinderopvang noodzakelijk is, dan wordt de tegemoetkoming verleend voor de periode van maximaal een kalenderjaar. Artikel 9 Omvang van de tegemoetkoming Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 1.24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. De hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bedraagt maximaal de vastgestelde kostprijs per uur overeenkomstig het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang. Artikel 10 De bevoorschotting van de tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel