Het gaat hier om het gebruik van bouwwerken binnen en buiten de bebouwde kom, al dan niet in samenhang met bouwactiviteiten.
Het beleid geldt voor een vijftal te onderscheiden categorieën bouwwerken. a. Gebouw, een woning of woongebouw zijnde:
Er wordt geen afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het omzetten van een woning of woongebouw in een andere functie. b. Gebouw, een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw aan een woning voor mantelzorg zijnde:
Voor het gebruik van een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw als woonruimte ten behoeve van het bieden of ontvangen van mantelzorg:
• ontheffing wordt uitsluitend verleend voor percelen waarop een (dienst) woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is;
• per bouwperceel is maximaal 1 aan- of uitbouw of aan de woning gebouwd bijgebouw als mantelzorgvoorziening toegestaan;
• er is sprake van mantelzorg. Dit kan worden aangetoond door middel van een indicatie van het SCIO of een beschikking van de Gemeenschappelijke Gezondheid Dienst (GGD.
• de specifieke beleidsregels voor aan- of uitbouwen of bijgebouwen, zoals opgenomen onder 2.3 en 2.4, worden in acht genomen;
• de ontheffing heeft niet tot gevolg dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad;
• er is aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de betreffende aan- of uitbouw of aan de woning gebouwd bijgebouw (gezondheid, veiligheid, milieuhinder);
• er dient voldaan te worden aan de nieuwbouweisen zoals opgenomen in het bouwbesluit voor woonfuncties tenzij aan deze eisen in de specifieke omstandigheden in redelijkheid niet voldaan kan worden. In die situatie kan ontheffing verleend worden tot het nivo van de eisen bestaande bouw voor woonfuncties. c. Gebouw, een woning,een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw voor de uitoefening van een aan- huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijnde:
Voor het gebruik van een woning, een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw voor de uitoefening van een aan- huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
• ontheffing wordt uitsluitend verleend voor percelen waarop een (dienst) woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is;
• de activiteiten worden uitsluitend uitgeoefend door de hoofdbewoner;
• het vloeroppervlak ten behoeve van kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning inclusief aan- en uitbouwen met een maximum van 50m²;
• ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
• de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten gen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte detailhandel die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
• op de bij de betreffende woning behorende gronden vindt geen buitenopslag van goederen ten behoeve van de beroeps of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten plaats;
• de ontheffing heeft niet tot gevolg dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad;
• er is aangetoond dat er geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat
• de specifieke beleidsregels voor aan- of uitbouwen of bijgebouwen, zoals opgenomen onder 2.3 en 2.4, worden in acht genomen;
• er dient voldaan te worden aan de nieuwbouweisen zoals opgenomen in het bouwbesluit voor de betreffende gebruiksfuncties tenzij aan deze eisen in de specifieke omstandigheden in redelijkheid niet voldaan kan worden. In die situatie kan ontheffing verleend worden tot het nivo van de eisen bestaande bouw voor de betreffende gebruiksfuncties. d. Gebouw, geen woning of woongebouw zijnde:
Slechts bij hoge uitzondering wordt een afwijking van het bestemmingsplan verleend. De dringende noodzaak dient te zijn aangetoond en de overwegingen om van het bestemmingsplan af te wijken dienen zorgvuldig te zijn onderbouwd. In de onderbouwing dient in ieder geval aangegeven te worden waarom:
• de nieuwe functie past binnen de omgeving;
• er geen onevenredige toename van de verkeersbelasting en de parkeerdruk in de omgeving ontstaat;
• de nieuwe functie geen onevenredige negatieve milieueffecten veroorzaakt voor de omgeving. e. Bouwwerken geen gebouwen zijnde:
Er wordt geen afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het veranderen van de bestaande functie van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.11
Wijzigen gebruik bouwwerken binnen en buiten de bebouwde kom
Onderdeel van Beleidsregels Planologische Afwijkingsmogelijkheden Gemeente Losser