Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Milieuschade en hinder veroorzakende stoffen

Onderdeel van Havenverordening Dordrecht

1.. Het is verboden voor het milieu schadelijke en verontreinigende vloeistoffen, vaste stoffen en voorwerpen overboord of van de wal in het water te werpen, te laten vallen, te pompen of te laten vloeien. 2.. Het is verboden rook, dampen, gassen, stof of stoom op een zodanige wijze uit een schip te laten ontsnappen dat daardoor gevaar, schade of hinder in of buiten de haven ontstaat of kan ontstaan. 3a.. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt door de generatorsets en overige aanwezige toestellen en installaties behorend tot de binnenvaartschepen, mag ter plaatse van de gevels van nabijgelegen woningen in de haven niet meer bedragen dan: 55 dB(A) op 1,5 meter hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 50 dB(A) op 5,0 meter hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 45 dB(A) op 5,0 meter hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. 3b.. Op zondagen en algemeen erkende feestdagen mag het onder 3a genoemde beoordelingsniveau tussen 07.00 en 19.00 uur niet meer bedragen dan 50 dB(A). 3c.. De generatorsets of aggregaten moeten zijn voorzien van doelmatige en in goede staat van onderhoud verkerende geluiddempers. 4.. Het is verboden stoffen in of uit een schip te laden of te lossen, welke door het college zijn aangewezen als stoffen die in onverpakte toestand ontoelaatbare stank of hinder kunnen veroorzaken. 5.. De verboden, genoemd in dit artikel, zijn niet van toepassing indien wordt gehandeld in overeenstemming met: een vergunning afgegeven bij of krachtens de geldende milieuwetgeving; een door het college verleende ontheffing in gevallen waarin de wet niet voorziet. 6.. Indien gebruik van een stroomvoorziening wenselijk is, is de gezagvoerder verplicht aan te sluiten op walstroom, voor zover de gemeente hierin voorziet, teneinde geluidshinder te voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel