Het is de gezagvoerder van een tankschip dat geladen is of geladen wordt met gevaarlijke of schadelijke stoffen, dan wel geladen is geweest met gevaarlijke of schadelijke stoffen en daarvan niet is schoongemaakt, verboden om zich met dat schip te bevinden op een ligplaats anders dan aan de petroleumsteiger indien zich een gevaarlijke of schadelijke stof als lading of ladingsresidu aan boord bevindt, tenzij:
het een tankschip betreft dat uitsluitend een gevaarlijke of schadelijke stof als lading of ladingresidu aan boord heeft, zijnde een brandbare vloeistof met een vlampunt van 61 graden Celsius of hoger;
het een combinatietankschip betreft met brandbare ladingresiduen in de sloptanks en dat is geladen of zal worden geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm;
voor het tankschip een schoonmaakcertificaat is afgegeven;
kortstondig ligplaats wordt genomen op een in het Ligplaatsenoverzicht aangewezen autoafzetplaats of bij een bunkerstation;
het een ligplaats betreft die is aangeduid met een verkeersteken als ligplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen;
het een binnentankschip betreft dat:
voordat ligplaats wordt genomen, de voorschriften van het ADNR betreffende het ontgassen van lege ladingtanks voor zijn lading- en sloptanks heeft opgevolgd en in die situatie geen seinvoering behoeft te voeren;
de tanks gesloten houdt; en
het voornemen tot het nemen van ligplaats aan de havenmeester heeft gemeld;
een ontheffing is verleend voor het nemen van ligplaats anders dan aan de petroleumsteigers.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.4
Tankschepen met gevaarlijke stoffen alleen aan petroleumsteiger
Onderdeel van Havenverordening Dordrecht