De verlaging bedoeld in artikel 32 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen kosten van huur- of hypotheeklasten verbonden zijn. Indien belanghebbende inwonend is bij zijn/haar (pleeg)houder(s) vervalt de verlaging zoals genoemd in dit lid;
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning bewoond wordt.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 5.
Verlaging woonsituatie
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren 2010