Eerste lid
Alvorens het college een besluit neemt tot het opleggen van een maatregel wordt de kunstenaar of de echtgenoot in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn schriftelijk of mondeling zijn of haar zienswijze naar voren te brengen. Op grond van afdeling 4.1.2. van de AWB is in een aantal gevallen het horen van belanghebbende verplicht bij de voorbereiding van beschikkingen. Deze hoorplicht geldt echter niet bij de voorbereiding van beschikkingen die betrekking hebben op een financiële verplichting of aanspraak (artikel 4:12 AWB), behalve in geval van subsidies. Het kan de zorgvuldigheid van het besluit wel ten goede komen als de belanghebbende wordt gehoord.
Tweede lid
In het eerste lid is aangegeven dat als onderdeel van de voorbereiding van het besluit tot het opleggen van een maatregel de belanghebbende in beginsel wordt gehoord, maar dat het college hiertoe niet verplicht is op grond van artikel 4:12 van de AWB. In dit lid wordt aangegeven wanneer het horen in elk geval achterwege blijft.
Het toepassen van dit artikel zal op zorgvuldige wijze dienen te gebeuren en moeten voldoen aan de eisen die de AWB stelt. Daarom is het ook van belang om in werkinstructies nader in te gaan op de wijze waarop dit artikel zorgvuldig kan worden toegepast.
HOOFDSTUK 8
Artikel 6.