1. Indien een belanghebbende, anders dan door gedragingen als bedoeld in artikel 11, blijk geeft van onvoldoende inzet voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 20, eerste lid van de IOAZ, bedraagt de maatregel:
30% van de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot € 4000,-;
100% van de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer.
HOOFDSTUK 2
Artikel 17