De verplichting om voldoende besef van verantwoordelijkheid te tonen voor de voorziening in het bestaan, geldt reeds voordat een bijstandsuitkering wordt aangevraagd. Dit betekent dat wanneer iemand in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond, waardoor hij niet langer beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan een bijstandsuitkering aanvraagt, de gemeente bij de toekenning van de bijstand hiermee rekening kan houden door de bijstand te verlagen. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in de hoogte van het benadelingsbedrag.
Een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan uit allerlei gedragingen blijken, zoals:
een onverantwoorde besteding van vermogen;
geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening;
het niet nakomen van de verplichting tot instellen alimentatievordering.
Bij de vaststelling van de duur van de verlaging dient beoordeeld te worden hoeveel bijstand onnodig wordt verstrekt als gevolg van het tekortschietende besef van verantwoordelijkheid. De onnodig te verstrekken bijstand omvat tevens de loonbelasting en de premies volksverzekeringen.
Hoofdstuk 7
Artikel 13
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de zin van de Participatiewet
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015