Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Onvoldoende inzet voor de voorziening in het bestaan in de zin van de IOAZ

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015

1. Indien een belanghebbende, anders dan door gedragingen als bedoeld in artikel 10, blijk geeft van onvoldoende inzet voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 20, eerste lid van de IOAZ, wordt de verlaging, onverminderd artikel 4 en artikel 5 van deze verordening, door het college bepaald op: 100% van de grondslag voor de duur van een maand bij een periode korter dan drie maanden; 100% van de grondslag voor de duur van twee maanden bij een periode van drie tot zes maanden; 100% van de grondslag voor de duur van drie maanden bij een periode van zes maanden of langer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel