Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 3

Horen van de belanghebbende

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015

Eerste lid Alvorens het college een besluit neemt tot het opleggen van een verlaging of weigering wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen. Op grond van afdeling 4.1.2. van de AWB is in een aantal gevallen het horen van een belanghebbende verplicht bij de voorbereiding van beschikkingen. Deze hoorplicht geldt echter niet bij de voorbereiding van beschikkingen die betrekking hebben op een financiële verplichting of aanspraak (artikel 4:12 AWB), behalve indien het een subsidie betreft. Het kan de zorgvuldigheid van het besluit wel ten goede komen als de belanghebbende wordt gehoord en daarom worden in dit artikel op dit punt regels gesteld. Tweede lid In het eerste lid is aangegeven dat als onderdeel van de voorbereiding van het besluit tot het opleggen van een verlaging of weigering de belanghebbende in beginsel wordt gehoord, maar dat het college hiertoe niet verplicht is op grond van artikel 4:12 van de AWB. In dit lid wordt aangegeven wanneer het horen in elk geval achterwege blijft. Het toepassen van dit artikel zal op zorgvuldige wijze dienen te gebeuren en moeten voldoen aan de eisen die de AWB stelt. Daarom is het ook van belang om in werkinstructies nader in te gaan op de wijze waarop dit artikel zorgvuldig kan worden toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel