Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de participatiewet, anders dan het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder j, wordt afgestemd op de periode die de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer een beroep op bijstand moet doen:
100% van de bijstandsnorm voor de duur van een maand bij een periode korter dan drie maanden;
100% van de bijstandsnorm voor de duur van twee maanden bij een periode van drie tot zes maanden;
100% van de bijstandsnorm voor de duur van drie maanden bij een periode van zes maanden of langer.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de zin van de Participatiewet
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015