1. Het college stemt een op grond van deze verordening op te leggen verlaging of een opgelegde verlaging, dan wel een weigering van de uitkering, af op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te verwerven, indien naar zijn oordeel, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.
2. Het college kan een verlaging lager vaststellen indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
3. Indien een verlagingonderzoek of een weigeringsonderzoek door toedoen van de gemeente langer dan zes maanden in beslag neemt, wordt het percentage van de verlaging, dan wel de mate van de weigering gehalveerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Matigen van een verlaging of een weigering
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015