Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Wijze van opleggen: ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015

Een verlaging of weigering wordt zo spoedig mogelijk na de datum van verzending van het besluit tot het opleggen daarvan uitgevoerd, waarbij in geval van een verlaging wordt uitgegaan van de bijstandsnorm of de grondslag welke geldt in de maand, dan wel maanden waarin bedoelde verlaging feitelijk ten uitvoer wordt gelegd. Een verlaging of weigering kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een verlaging of weigering overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken. Als een verlaging of weigering niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of weigering, dan wel dat deel van de verlaging of weigering dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd middels een nieuw besluit als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, aanhef en onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt een verlaging of tijdelijke weigering ten uitvoer gelegd in de maand waarin bedoelde verlaging is opgelegd of de uitkering tijdelijk is geweigerd en de twee daaropvolgende maanden, waarbij aan de eerste maand 1/3 van het bedrag van de verlaging of de tijdelijke weigering wordt toegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel