**1..** Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject, waarbij zo nodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties.
**2..** De in het eerste lid bedoelde voorzieningen kunnen in ieder geval bestaan uit:
a. ondersteuning bij het verwerven en behouden van arbeid;
b. ondersteuning bij het verbeteren of behouden van de positie op de arbeidsmarkt of binnen de maatschappij;
c. ondersteuning bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling, waaronder mede wordt verstaan schuldhulpverlening;
d. ondersteuning bij de verwerving van een dienstverband als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet sociale werkvoorziening;
e. een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 13; en
f. De kosten van nazorg.
**3..** Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt.
**4..** Bij het inzetten van een voorziening houdt het college in beginsel rekening met de wensen van betrokkene.
**5..** Tot de kosten van een voorziening worden in ieder geval gerekend:
reiskosten voor deelname aan een voorziening,
de voor eigen rekening komende kosten van kinderopvang voor het kind van de belanghebbende gedurende deelname aan een voorziening en de hiermee samenhangende reiskosten.
**6..** Het college kan een voorziening beëindigen, herzien of intrekken:
indien de belanghebbende de aan de voorziening verbonden verplichtingen niet nakomt;
indien de belanghebbende aan wie de voorziening is verstrekt niet meer behoort tot de doelgroep;
indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de in lid 2 van dit artikel beschreven doelen.