Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

- Vorm van de ondersteuning

Onderdeel van Re-integratieverordening 2010

1.. Ondersteuning kan worden geboden door het aanbieden van een traject, waarbij zo nodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties. 2.. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen kunnen in ieder geval bestaan uit: a. ondersteuning bij het verwerven en behouden van arbeid; b. ondersteuning bij het verbeteren of behouden van de positie op de arbeidsmarkt of binnen de maatschappij; c. ondersteuning bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling, waaronder mede wordt verstaan schuldhulpverlening; d. ondersteuning bij de verwerving van een dienstverband als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet sociale werkvoorziening; e. een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 13; en f. De kosten van nazorg. 3.. Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. 4.. Bij het inzetten van een voorziening houdt het college in beginsel rekening met de wensen van betrokkene. 5.. Tot de kosten van een voorziening worden in ieder geval gerekend: reiskosten voor deelname aan een voorziening, de voor eigen rekening komende kosten van kinderopvang voor het kind van de belanghebbende gedurende deelname aan een voorziening en de hiermee samenhangende reiskosten. 6.. Het college kan een voorziening beëindigen, herzien of intrekken: indien de belanghebbende de aan de voorziening verbonden verplichtingen niet nakomt; indien de belanghebbende aan wie de voorziening is verstrekt niet meer behoort tot de doelgroep; indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de in lid 2 van dit artikel beschreven doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel