Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Onderwerp van inspraak

Onderdeel van Inspraakverordening

1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Bij de voorbereiding van raadsbesluiten beslissen Burgemeester en Wethouders met inachtneming van de aanwijzingen van de raad of inspraak wordt verleend. 2.. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3.. Het bestuursorgaan besluit tot het verlenen van inspraak bij beleidsvoornemens, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in lid 4 of van het verlenen van inspraak wordt afgezien op grond van lid 5. 4.. Geen inspraak wordt verleend: indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten; indien het voorgenomen besluit uitsluitend strekt tot uitvoering van regels van hogere overheden; indien het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit geen ruimte heeft voor het maken van beleidsinhoudelijke keuzes; ten aanzien van de vaststelling van gemeentelijke belastingtarieven; ten aanzien van interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente en ten aanzien van de vaststelling van de jaarlijkse kadernota, begroting en rekening en de meerjaren begroting en beleidsprogramma; 5.. Het bestuursorgaan kan in de volgende gevallen ervan afzien om ten aanzien van beleidsvoornemens inspraak te verlenen: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; wanneer het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van een snelle besluitvorming of uitvoering of wegens andere gewichtige en/of dringende reden; indien voorafgaand aan het beleidsvoornemen of voornemen tot uitvoering van beleid een interactief proces met belanghebbenden en eventueel met andere burgers heeft plaatsgevonden, waarin alle belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar hebben kunnen maken ten aanzien van de beleidsvragen die ten grondslag liggen aan de te nemen beleidsbeslissing.

Rechtspraak bij dit artikel